Kilimanjaro: Een ijsbeer in Afrika (Deel III)

Een adembenemend zicht (19 september 2012 )

Het mag dan onze ‘rustdag’ zijn, toch moesten we opnieuw vroeg uit de veren. Een acclimatisatiedag betekent niet alleen veel rusten, maar ook hoger klimmen om daarna weer af te dalen. “Climbing high, sleeping low”.

We namen afscheid van Marc die richting Kibo Hut trok en om middernacht de klim naar de top zou beginnen. Iets wat wij pas morgen zouden doen, gezien we voor zes dagen op de berg hebben gekozen in plaats van vijf. Ruben en ikzelf maakten ons klaar om naar Zebra Rock te wandelen. Een tocht die in totaal drie uur in beslag zou nemen. Het was vooral belangrijk ons goed in te smeren tegen de zon. Het warme weer gisteren had vooral bij Ruben zijn effect niet gemist met een verbrande nek en lichte zonneslag als gevolg.

‘Zijn jullie klaar om te vertrekken?’, vraagt Salim ons. We keren nog terug naar de hutten dus veel hoefden we niet mee te nemen. In tegenstelling tot wat we vooraf hadden verwacht, wandelt telkens Salim als enige met ons mee. Gisteren vertrokken de dragers en kok eerder dan wij om te zorgen dat alles klaar stond op het moment Ruben en ik aankwamen. Ook vandaag blijven ze in het kamp om voor een lunch te zorgen als we terugkomen van onze acclimatisatiehike. Volgens Salim is hun kennis van de Engelse taal beperkt en gezien onze woordenschat Swahili op enkele makkelijke woordjes na nihil is, doet de mogelijkheid om onze teamleden te leren kennen zich niet echt voor.

‘Hoe word je eigenlijk gids op de Kilimanjaro?’, vroegen we Salim, terwijl we met hetzelfde slentertempo als op een klimdag achter hem liepen. ‘Als ultieme conditietest moest ik naar de Uhuru Peak klimmen en terug naar beneden afdalen in drie dagen.’, zo vertelt hij. Drie dagen om 70 kilometer af te leggen en zo’n vierduizend hoogtemeters te stijgen, het lijkt ons bijzonder zwaar. Salim vertelt ons dat hij veel vrijheid krijgt bij de samenstelling van zijn team. Zo selecteert hij zelf welke dragers en koks hij mee wil voor een beklimming.

Eens aangekomen bij Zebra Rock, een rotsformatie met een zebrapatroon, stelt Salim een andere route voor om terug te keren naar Horombo Huts. ‘Ik zal jullie laten zien hoe we overmorgen zullen klimmen.’, zei hij en hij liep rond de grote zwart-witte rots. We klommen verder op een parcours die hij vergeleek met de laatste klim naar Gilman’s Point. Het viel meteen op dat het een stuk steiler en veel rotsachtiger zou worden op weg naar de top. ‘Het enige verschil is dat je hier nog een pad hebt. Daarboven niet.’, vertelde hij nog.

Bij een rustplaats die ons hoogste punt van de dag zou worden, toonde hij ‘the Saddle’, het gebied dat we morgen moeten doorkruisen. Het is een grote dorre woestijnachtige vlakte tussen de twee grote pieken van de Kilimanjaro: Mawenzi en Kibo. Van hieruit hadden we voor het eerst een volledig zicht op de Kibo-piek, met onderaan de Kibo-Hut, het base camp van de Kilimanjaro. Eens we de volledige top van de Kilimanjaro zagen, wisten we dat dit niet makkelijk zou worden. Het is dan ook tijdens de beklimming ‘s nachts dat de helft van de klimmers de top niet haalt. De laatste klim naar de kraterrand zag er bijzonder steil uit. Het zicht op de nog slechts licht besneeuwde top (spontaan dachten we aan onze actie waarbij we de aandacht vestigen op het uitsterven van de ijsbeer door de opwarming van de aarde) was ongelooflijk. Adembenemend zeg maar. En dat is iets wat we binnen enkele dagen letterlijk zullen mogen nemen.

Toen we terugkwamen in het kamp merkten we op dat het lege bed die van Mark was geweest terug een eigenaar had gekregen. ‘Ah, jullie zijn onze kamergenoten.’, zei een oudere Duitser die al zuchtend en kreunend rechtop probeerde te zitten. De man maakte een vermoeide indruk. ‘Mijn vrouw en ik zijn vanochtend vertrokken naar Kibo Hut.’, vertelde hij. Maar ik was te moe en te ziek om verder naar boven te klimmen. Ik ben teruggekeerd maar mijn vrouw heeft geprobeerd verder te klimmen. Ondertussen heb ik al vernomen dat ze ook terug onderweg is naar hier.’ Hij legde zich terug neer in zijn bed en probeerde nog wat te slapen. Nog voor we ons zorgen begonnen te maken om het feit dat zowel zijn vrouw als hijzelf het niet eens heeft gehaald tot Kibo Hut, hoorden we zijn zware ademhaling. Het lijkt ons dat hij gewoon door een gebrek aan conditie heeft moeten opgeven.

’s Avonds kruipen we opnieuw vroeg in ons bed. De hut lijkt krapper te zijn geworden door de aanwezigheid van het Duitse koppel. Beiden zagen ze er oververmoeid uit en morgen zouden ze aan hun afdaling beginnen. Ons avontuur moest nog beginnen. Het gaf me vertrouwen dat ik nog steeds geen last van hoogteziekte of vermoeidheid. De maanden voorafgegaan aan de Kilimanjaro waarin ik mijn conditie naar een hoger peil had gebracht was iets waarvan ik nu besefte dat het niet onnodig was. ‘Nog twee dagen en staan op het hoogste punt van Afrika.’, dacht ik bij mezelf. ‘Nog even en we hebben de Kilimanjaro bedwongen.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s