Categorie archief: Karhunpolku

Reisverslag van onze trektocht in de Finse bossen.

Vijftig tinten groen (Deel IV)

‘Zouden we het hem durven vragen?’

‘Ik weet het niet… maar ik heb wel grote honger. Misschien gewoon een berichtje sturen en zien wat er van komt.’

In tegenstelling tot wat we hadden gehoopt, is er op het einde van onze trektocht helemaal niets te bespeuren. Geen mens, geen winkel, geen woning. Niets. Enkel een weg door de dichte bossen van Finland waar sporadisch een vrachtwagen met grote boomstammen passeert.  We zitten nu al drie dagen met een tekort aan eten. En er zouden er nu nog zeker drie volgen. Morgen hebben we een afspraak met een kanoverhuurder die voor ons hier een kano komt droppen. Gezien dit ons enige contact is met de buitenwereld hebben we na wat overwegen hem maar een bericht gestuurd of hij soms niet wat extra bevoorrading kan meebrengen. Helaas zonder reactie en als we hem de volgende ochtend zien toe komen blijkt hij het bericht ook niet ontvangen te hebben. Zonder eten dan maar. Al hij onze vislijn ziet dat we nog steeds meesleuren vraagt hij of we al succes hebben gehad. Als we ons verhaal doen vertelt hij dat hij een vriend kent wat verderop die wel wat hulpstukjes heeft om te kunnen vissen. Twintig minuten later staat hij al terug bij ons met wat fake bait.

dscf1060
Kano-selfie

De temperaturen zijn al iets lager dan de voorbij dagen en ook het aantal muggen die rondom ons hoofd vliegen zijn beperkt tot een minimum. Na ons kanoavontuur vorig jaar op de Schotse lochs keken we nu al een tijdje uit naar onze tocht op de Jongunjoki, een wildernisrivier waarbij we een aantal stroomversnellingen moeten overbruggen. Voor een afstand van zo’n vijftig kilometer hebben we drie dagen uitgerekend. Meer dan makkelijk haalbaar gezien de stroomversnellingen. Ondanks ons gebrek aan eten kiezen we er voor om ons avontuur toch drie dagen te laten duren. Dezelfde route die we enkele dagen nog terug wandelden keren we nu via de wildernisrivier terug, richting Nurmijärvi en … eten!

Drie dagen later in Nurmijärvi

Wanneer je maar moeilijk gelooft dat een stadje in de middle of nowhere bestaande uit drie straten en evenveel eetgelegenheden ook effectief kan draaien kan je wel eens gelijk hebben. Zo is ons ‘restaurant’ aangewezen door de kanoverhuurder niets meer dan een gewone koffieshop voor truckers. ‘No restaurant service or meals here’, zegt de uitbaatster in gebrekkig Engels, wijzend op de gebakjes achter de toog. Geen probleem. Met een koffietje zijn we zelfs al erg gelukkig na negen dagen wildernis. Het tweede restaurant blijkt gewoon een lokale kanoservice zijn die amper zaken doet omwille van het gebrek aan toeristen in de streek. Onze derde hoop op een degelijke maaltijd lag twee en een halve kilometer verderop langs een weg die ons terug de wildernis in stuurt. Onze wandeling gaat gelukkig niet onopgemerkt voorbij (wat doen twee niet-Finnen met een rugzak op

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Sauna op de meest idyllische locatie

deze eenzame weg?) en al gauw worden we telefonisch al snel de talk of the town waardoor de derde deur opengaat net nadat we aankloppen. ‘Ik had jullie verwacht.’, krijgen we te horen. Een geluk dat het roddelcircuit in een klein stadje vliegensvlug verloopt want ook dit derde restaurant is nooit open. Enkel op aanvraag. Reden? Geen toerist die hier raakt of tenminste de moeite doet om er te geraken. Nochtans is het restaurant gelegen op een idyllische plaats aan een groot meer. Een adembenemende setting. We zijn dan ook opgelucht dat de eigenares ons vertelt dat we de sauna wel kunnen gebruiken als we ze zelf opwarmen. Alleen heeft ze niets in huis om ons een maaltijd voor te schotelen. Dat de Finnen erg vriendelijke mensen zijn, wordt nog maar eens duidelijk als we na onze deugddoende sauna, alsnog een heerlijke maaltijd krijgen voorgeschoteld. Met de restjes zo zegt ze zelf. Heerlijke aardappelen, een stevig stukje verse zalm gekruid met dille en stukjes brood met kruidenkaas. Moeten we je nog vertellen dat het gesmaakt heeft? Ons Finse avontuur kon geen beter einde krijgen.

VIJFTIG TINTEN GROEN (DEEL III)

Het is maar erg stilletjes de eerste kilometers nadat we Ruuna hebben verlaten. Zowel Linsay als ikzelf zijn in diepe gedachten verzonken. “Hoe lossen we dit probleem op?”, denk ik bij mezelf. We bevinden ons midden in de wildernis met een minimum aan eten. Terugkeren is geen optie gezien ons startpunt al evenzeer onbewoond is. Alleen op ons eindpunt zijn we zeker dat we aan eten geraken. Maar dat is nog zes dagen vanaf nu. Het zorgt ervoor dat we erg zuinig met onze maaltijden omspringen. Nog terend op onze warme maaltijd van deze middag bestaat ons avondmaal uit een enkele boterham met kaas.

Dan maar vissen

Tijdens de eerste avond voorafgaand aan onze tocht slaagde ik er net niet in een vis binnendscf1034 te halen met een vishengel die Linsay zelf ineen had gestoken. Een geel stukje touw, een stukje ijzer geplooid in een haakje, een stevige tak en een klein stukje brood. Meer had ik niet nodig om beet te hebben. Dat de vis net ontsnapte was deels te wijten aan het te lichte haakje en een verraste ikzelf. Nooit had ik gedacht dat een vis ook maar even aan de haak zou blijven hangen. Drie dagen later spelen we opnieuw met het idee om een poging te ondernemen en deze keer met succes een vis te vangen. Uit noodzaak ditmaal. Met een knorrende maag komen we aan op een plaats die ons geschikt lijkt om onze tent te plaatsen. Linsay begint met onze vishengel wat aan te passen zodat hij wat steviger is, terwijl ik de tent opzet. Een half uur later zit ik aan de oever van een nabijgelegen meertje geduldig te wachten op evenveel succes als de eerste avond. Helaas, mijn geduld is al snel op als ik voor de vijfde keer in bijna evenveel minuten een nieuw stukje droog brood aan het haakje hang. Dat een grote zwerm muggen me voortdurend lastig valt helpt daar ook aan bij natuurlijk. “Vervelende muggen.”, zucht ik, heen en weer zwaaiend met mijn linkerarm om de rotdieren op een afstand te houden. “Potver! Nu ben ik weer een stukje brood kwijt.” Ik gooi de hengel wild aan de kant en ga bij het kampvuur zitten. “Met die hengel lukt het nooit om aan vis te geraken.”, zeg ik tegen Linsay terwijl ik een van de twee zakjes rijst uit de rugzak haal. “Dan maar een kleine portie rijst delen.”, zucht Linsay.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat geluk… en wat pech

Met veel plezier keek ik naar de afleveringen van Ultimate Survival Alaska op Discovery. Hoe groepjes avonturiers erin slaagden een grote afstand door de wildernis af te leggen en te overleven was intrigerend om te zien. Dat ze vaak ‘toevallig’ drie paar ski’s in de wildernis vonden, om daarna al skiënd net op tijd de meet te halen, was iets wat je er gewoon moest bijnemen als je naar een Amerikaans programma keek. Zelfs niet in onze stoutste dromen kwam het voor dat we plotseling een zak eten vonden die ons probleem zou oplossen. We wrijven dan ook tweemaal in onze ogen als we bij de laatste hut van het

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ons voedsel voor de resterende drie dagen

visgebied Anaikinen een achtergelaten vishengel vinden. In perfecte staat. Het hongergevoel overtuigt ons al snel om de hengel mee te nemen en niet af te wachten of er al dan niet nog iemand om zou komen.  Rond de middag krijgen we ons eerste blik op de Jongunjoki, de wildernisrivier die we binnen twee dagen zullen afvaren naar onze eindbestemming. Bij de eerste shelter langs de rivier houden we halt voor een vlugge lunch. Rijst met mosterd. Hoezeer we ook dachten dat het geluk ons eindelijk wat meezat na het vinden van een vishengel, hoezeer we vloekten als na vijf minuten ons brandertje op was. “Euhm, Linsay? Gedaan met warm eten denk ik.”. Ik schud aan het gasflesje in de hoop het nog even aan de praat te krijgen maar nee hoor. Niet alleen hebben we maar weinig eten meer, maar nu is ook nog eens onze gasfles leeg. En gezien we deze steeds gebruikten met de ontsteking zal het je niet verbazen dat we geen lucifers bij hadden. Het gebrek aan lucifers zou ons nog zuurder opbreken als we ’s avonds er niet in slaagden een kampvuur te starten (dit deden we voorheen met de brander en een propje papier). Het vuur, ons enige efficiënte hulpmiddel tegen de bijtgrage muggen is nu ook verdwenen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En opnieuw wat geluk

Herinner je je het stukje over de ‘toevalligheden’ tijdens Ultimate Survival Alaska. Voor heel even lijkt het alsof we in hetzelfde programma zijn beland. Geen eten maar wel een vishengel vinden. Geen vuur meer kunnen maken… en jawel op dag zes vinden we lucifers in een van de wildernishutten. Hiermee was al meteen één probleem opgelost. Het andere daarentegen… Vissen leek ons de perfecte oplossing om aan voedsel te geraken. Maar hoe vang je een vis als je niets hebt om aan het haakje te hangen? We hadden op voorhand gesteld één van de droge boterhammen op te offeren en als lokaas te gebruiken. Zonder succes. Heel erg stiekem hoopten we dat we bij aankomst in Teljo, het eindpunt van de Karhunpolku, iets van beschaving zouden tegenkomen. Dat bleek ijdele hoop als we merkten dat de trail op zijn einde liep bij een godverlaten weg.

Vijftig tinten groen (Deel II)

Een geslaagde eerste avond op de wildkampeerplaats in het Patvinsuo NP maakt ons enthousiast over de komende zes dagen. Niet alleen zijn de voorzieningen op deze wildkampeerplaatsen veel beter dan we hadden durven hopen (kampvuurmogelijkheden, potten, pannen, composttoilet) maar we waren er bijna in geslaagd om met een zelf gefabriceerde vishengel een vis te vangen. Wellicht was ons geknutselde vishaak net niet sterk genoeg om deze binnen te halen. Wel slaagden we er in om wat licht smeulend brandhout terug tot een heus kampvuur om te vormen wat onze wildernismodus helemaal activeerde.

20160529_finland__5290092.jpg
Hutten onderweg

Met een goed gevulde rugzak en voedsel voor de komende drie dagen (daarna zouden we in Ruuna kunnen herbevoorraden) wandelen we om het grote Suomunjärvimeer dat de trekpleister is van het nationale park. De indrukwekkende setting doet onze verwachtingen van de komende dagen dan ook stijgen. Eens we uit het park komen krijgt onze hoge verwachting al snel een deuk. De houthakindustrie in Finland is een grote bron van inkomsten in Finland. Helaas zijn hun gevolgen merkbaar aan een grote omgehakte vlakte die we door moeten. Toegegeven, we zijn de eerste tien kilometers verwend geweest en de felle zon die ons meteen het zweet doet uitbreken wegens gebrek aan beschutting zal er ook wel voor een stuk tussen zitten. Al vragen we ons toch af waarom nu een deel van een van de weinige trektochten moest omgehakt worden. Gelukkig verdwijnen we al snel terug in de drassige moerasgebieden waar houten planken het pad vormen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Indrukwekkende zichten onderweg

Drieëntwintig kilometer per dag wandelen en we kunnen de tocht afleggen in zes dagen. Gezien de weinige hoogtemeters die we dienen te maken en onze ervaring in Schotland vorig jaar verwachten we hier makkelijk aan te voldoen. Het duurt niet lang vooraleer we beseffen dat dit een onderschatting is van onze kant. De paden van de Karhunpolku zijn een stuk smaller dan bij onze voorgaande tochten en ook de moeilijke drassige ondergrond met bijhorende wortels bemoeilijkt ons tempo. Daarnaast krijgen we ook nog eens veel hogere temperaturen te verwerken dan gemiddeld in deze regio in Finland. Als we dan na zo’n tien uur stappen ferm zwetend aankomen op onze wildkampeerlocatie snakken we dan ook naar een verfrissende duik. Gelukkig staat onze tent net tussen twee grote meren. Ideaal om te gaan skinny dippen zo denken we. ‘Geen kat die ons hier zal zien.’, zegt Linsay nog, het water in plonsend. ‘Euhm, Linsay, ik zie iemand afkomen.’ Denkend dat ik aan het zwanzen ben, lacht ze mijn opmerking weg. Met een grote rugzak op zijn schouders komt een Finse man bij de shelter aan. ‘Hallo.’, zegt hij ongemakkelijk beseffend dat we niet veel meer dan een klein handdoekje rond ons gewikkeld hebben. Na een klein praatje te hebben geslagen over onze plannen de komende dagen besluit hij een kamp verder te overnachten.

DCIM100GOPROG0080399.

Zweten zonder sauna

Hopend dat we vandaag een minder zware dag tegemoet gaan, bergen we onze tent op. Linsay haalt de wildlifecam van de boom die we op het meer hadden gericht. We hebben niets gehoord vannacht dus we gaan er vanuit dat we geen beelden hebben kunnen maken van enig wildlife. Vandaag verwachten we in de buurt van Ruuna Hiking Area aan te komen, het nationale park waar we morgen door moeten. Op de kaart merken we weinig variatie wat onze etappe betreft. ‘Bos, bos en nog eens bos.’, zeg ik, Linsay op de kaart tonend waar we vandaag zullen passeren. Helaas bleken we al gauw weer met dezelfde frustratie als gisteren opgezadeld te zitten. We zitten in houthakkersgebied en we zullen het geweten hebben. Grote stukken bos zijn volledig weg en een felle zon die op ons voorhoofd zijn hitte afgeeft zorgt ervoor dat we de moed al snel verliezen als we over een dorre omgehakte vlakte wandelen. Het warme weer zorgt ervoor dat een grote zwerm muggen ons voortdurend lastigvalt als we in de bossen zitten. ‘Ik ben er nog niet aan uit wat ik liever heb.’, zucht Linsay. ‘Muggen maar wat meer schaduw of geen muggen en een felle zon op mijn gezicht. Ik kon haar enkel maar gelijk geven. Nog nooit hadden we zoveel last gehad van muggen als nu. En dat nog voor de zomer echt is begonnen. Al zal het warme weer van de laatste dagen daar veel mee te maken hebben. Temperaturen die rond de dertig graden schommelen hadden we niet echt verwacht zo hoog in het noorden. We zitten op slechts 450 kilometer van de noordpoolcirkel. Het zou een hele dag zweten worden. Op geen enkel moment lijkt er ook maar wat bewolking te komen of wat verkoeling. ‘We hebben geen sauna nodig om flink te zweten.’, lach ik nog.

Na drie dagen zouden we terug kunnen bevoorraden. Zo hebben we ons laten informeren vooraleer we verder trokken naar Patvinsuo National Park. Het had ons doen beslissen om slechts voor drie dagen proviand mee te nemen en daarna onze voorraad eten terug aan te vullen in Ruuna Hiking Area, een park waar we toch wel wat toeristen en wandelaars verwachten. Op die manier zouden we niet met een te zware rugzak de eerste dagen

dscf1012
Dichte bossen in Finland

moeten wandelen. Onze verbazing is dan ook groot als we op dag drie geen mens te zien krijgen eens wanneer we  het park binnenwandelen. Geen wandelaars, geen vakantiegangers. ‘De kans is nu maar erg klein dat het restaurant waarvan je constant bezig bent open is. Laat staan de winkel die hier zou moeten zijn.’, zegt Linsay. We volgen de rest van de trail door het natuurdomein zonder ook maar een woord te zeggen. Het ziet er inderdaad niet goed uit, maar we moeten toch passeren aan het restaurant dus kunnen we maar even goed een kijkje nemen. ‘Ik denk dat we geluk hebben.’, lach ik als ik merk dat er een paar mensen zitten op het terras van het restaurant. Helaas is  het lachen van korte duur. Het restaurant mag dan wel open zijn, de uitbater vertelde ons dat er geen winkels in de buurt waren om te bevoorraden. Een maaltijd met zalm en aardappelen later beseffen we dat we niets anders kunnen dan hopen dat het restaurant iets kan missen van voorraad. Na wat aarzelen kunnen ze ons wat rijst, soep en een paar sneetjes brood. Amper genoeg voor twee dagen. En dat terwijl we nog zes dagen van ons eindpunt zijn verwijderd.

Wordt vervolgd…

Vijftig tinten groen (Deel I)

Negen dagen de wildernis in. Hiken door de bossen die het Finse grondgebied bedekken en terug peddelen via een van de wildernisrivieren. We verwachten dan ook geen mens te zien hier. Of toch amper. Voor een keer gaat het enkel om twee avonturiers en heel wat beren, wolven, elanden en lynxen.

Naar de wildernis (28 mei 2016)

 

Onze voorbereiding brengt ons tot Uimaharju, een dorpje waar we met een trein de grootte

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Met de trein naar de wildernis

van een locomotief worden gedropt.  Dichter dan dit brengt het openbaar vervoer ons niet, ondanks de belofte die we op het internet lazen dat er goede busverbindingen zijn in de afgelegen gebieden van Finland. We zitten op zo’n veertig kilometer van Patvinsuo NP, het startpunt van de Karhunpolku, een trektocht van iets meer dan 130 kilometer door de Finse wildernis. Letterlijk vertaald: het Berenpad. Duidelijker kan niet, we zitten in berengebied. En niet alleen beren leven samen met de weinige mensen die in deze ongerepte, afgelegen streek wonen. Nee, de bossen zijn de thuis van zowel beren, wolven, elanden als lynxen. Stiekem hopen we de komende negen dagen dan ook op een ontmoeting met een van deze schuwe dieren. Maar vooraleer onze trektocht te beginnen hebben we nog een probleem op te lossen. De veertig kilometer overbruggen. De opties: een dure taxi of… een poging wagen om te liften. We opteren voor deze laatste. Een gewaagde keuze gezien het weinige verkeer hier op deze eenzame wegen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Liften op verlaten wegen: een echte uitdaging!

Gelukkig zijn we vandaag zaterdag en worden we al gauw opgepikt door een Finse studente die in de buurt woont en straks naar haar vakantiehuisje in het noorden trekt. Het brengt ons meteen vijftien kilometer dichter bij ons doel. We wandelen verder richting onze bestemming hopend om een voorbijrijdende auto die in dezelfde richting rijdt en ons wil meenemen. Dat Linsay talent heeft met het versieren van een lift bewees ze nog vorig jaar in Schotland en enkele maanden terug in Cuba. We zijn amper een kilometer verder als we

dscf0003
Patvinsuo NP: sneller dan verwacht

alweer op de achterbank van een Finse wagen belanden. De weinige wegen hier maken het ons makkelijk want het nationale park ligt nu sowieso op ons pad. Anderhalf uur nadat we in Uimaharju zijn aangekomen zijn we aanbeland in Patvinsuo waar we de nacht in onze tent doorbrengen vooraleer onze tocht door de Finse wildernis te starten.

Op het berenpad (29-4 juni 2016)

Onze eerste nacht in de wilde natuur van Scandinavië was iets waar we lang hadden naar uitgekeken. Dat we de eerste avond er dan ook nog eens in slaagden licht smeulend brandhout terug op te doen flakkeren tot een heus kampvuur maakte het dan nog eens echt af. Vorig jaar waren we in de UK er immers geen enkele keer in geslaagd om een kampvuur te maken (regen!). Onze honger naar

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Kampvuur

avontuur werd alleen maar groter. We hadden dan ook nog geen flauw benul dat die honger enkele dagen later wel erg letterlijk zou mogen worden genomen.

Wordt vervolgd