De Kilimanjaro: Een ijsbeer in Afrika (Deel I)

Er zijn talloze redenen waarom iemand de Kilimanjaro wil beklimmen. Je wil je voelen zoals de ontdekkingsreiziger die als eerste de top haalt. Je wil een fysieke uitdaging aangaan waarbij je je grenzen moet verleggen. Of je wil het recht verdienen om achteraf bij je vrienden te kunnen pochen over je uitzonderlijke prestatie. Ik denk dat alle redenen wel voor een deel bij ons passen. Daarnaast hadden we nog als extra motivatie onze actie voor het goede doel: ‘Save the Polar Bear’

Polé, polé (17 september 2012)

De Afrikaanse zon brandt op ons gezicht. Met onze t-shirts waarop staat ‘Save the Polar Bear, the coolest of all bears’ slenteren we door de zanderige straten van Moshi, Tanzania. De stad aan de voet van de Kilimanjaro lijkt op ieder vlak op het stereotiepe beeld dat we hadden van een Afrikaanse stad. Zandwegen, oude wagens, bouwvallige gebouwen en vooral warm. Héél warm. Zowel de Masai als de Chaga stam hebben hier hun oorsprong maar nu is Moshi vooral de uitvalsbasis voor toeristen die de Kilimanjaro willen bedwingen. De hoogste berg van Afrika overschaduwt dan ook de stad, maar een dikke pak wolken verhindert dat we de besneeuwde top veel te zien krijgen.

“Laad jullie duffel bags maar in de koffer.”, vertelt Salim, met zijn zonnebril op zijn kale hoofd, ons.

Het begin van de Maranguroute
Het begin van de Maranguroute

Hij wijst naar het busje dat voor ons klaarstaat aan de poort van het hotel. Salim is tenger en klein van gestalte. Hij komt amper tot aan mijn schouders, maar hij straalt veel zelfvertrouwen uit. Zijn Tanzaniaans voetbalt-shirt verraadt dat hij een voetbalsupporter is en geeft ons al een eerste gespreksonderwerp. ‘Let’s go.’, zegt hij en zwaait met zijn arm om ons te manen het busje in te stappen. Ondanks het feit dat hij amper ouder was dan Ruben en ik zal hij ons de komende dagen naar de top van de Kilimanjaro gidsen. Op de vraag hoe vaak hij de Kilimanjaro moet beklimmen antwoordt hij dat hij net sinds gisteren terug is. “Ik krijg deze keer geen tijd om te rusten, maar het lukt wel.”, zegt hij zelfverzekerd en verplaatst zijn zonnebril naar zijn neus.

Wanneer je denkt aan een reis naar Afrika, dan schiet meteen ‘safari’ door je hoofd. De Big Five spotten in een van de vele nationale parken dat het continent rijk is, is zowat de reden waarom de doorsnee toerist naar het zwarte continent trekt. Dat er tijdens onze eerste reis naar Afrika enkel maar de beklimming van de Kilimanjaro op de planning stond was dan ook vreemd voor het thuisfront. Toch hadden we daar een hele goede reden voor. Naast de fysieke uitdaging die we wilden aangaan hadden we ervoor gekozen onze beklimming ten koppelen aan een goed doel. Polar Bears International, een Noord-Amerikaanse organisatie die instaat voor het behoud van de ijsbeer en zijn territorium die onder grote druk van de klimaatopwarming staat. Met een pluchen versie van de bedreigde diersoort hangend aan de buitenkant van mijn rugzak trokken we het Kilimanjaro NP in. Een aanslepend administratief rompslomp en het wegen van onze duffel bag, die gedurende de volledige beklimming op de rug van de porters zich zou bevinden, zorgde ervoor dat we pas tegen de middag onze eerste klimdag konden inzetten.

Het tropische regenwoud -  de eerste vegetatiezone
Het tropische regenwoud – de eerste vegetatiezone

De tocht naar de Mandara Huts, het eerste kamp gelegen op zo’n 2800 meter, liep door een tropisch regenwoud. Via een met stenen aangelegd paadje dat we bewandelden waren de bomen rondom ons omgeven van de baardmossen. Slechts zeven kilometer stappen, maar toch werd al gauw duidelijk dat onze rugzak te zwaar geladen was. Ondanks het feit dat we dragers hadden om onze duffel bag naar boven te dragen, en we dus eigenlijk bijna niets van onze spullen hoefden te dragen, zat onze rugzak propvol energierijk eten. Ruben en ik hadden gevreesd dat Afrikaanse maaltijden niet echt ons dingen zouden zijn en ik had er dan ook niets beters op gevonden dan een drietal kilo aan cornflakes, muesli-en graanrepen, en chocoladebars mee naar Afrika te nemen. Verder had ik nog een volledige pot sportdrankpoeder mee om het de fletse smaak van water te upgraden. Iets wat me, zo had ik gedacht, zou aanzetten tot meer drinken, en zo de acclimatisatie te bevorderen. Ruben daarentegen had ter vervanging talloze flessen Aquarius meegenomen. Het zorgde ervoor dat we elk zo’n drie tot vijf kilo extra meesleurden naar boven. Een beslissing die onze onervarenheid onthulde en tegelijk onze vrees voor de Afrikaanse keuken.

De dragers en de rest van ons team volgden een andere route op de eerste passage naar de top.P1010389 Dat zorgde ervoor dat we voortdurend enkel in het gezelschap van Salim, onze gids vertoefden. “Hoeveel dragers zitten er in ons team?.”, vraag ik Salim. Het busje op weg naar de Marangu gate, waarmee Salim ons had opgepikt, zat vol. Eigenlijk hadden we tijdens onze beklimming niet meer dan een gids, twee dragers en een kok verwacht. Dat leek ons al veel gezien we eigenlijk maar met twee ‘klanten’ waren. “In mijn team dat ik voor jullie heb samengesteld zitten vier dragers, een kok, een assistent gids voor tijdens de summit day en nog een waiter.’, somde Salim op. ‘Een waiter?’, vroegen we ons af. ‘Hadden we nu echt nog iemand mee die het eten zou komen opdienen?’.

De lokale bevolking had ons al wat tips gegeven om de top van ‘The Roof of Africa’ succesvol te

bereiken. En ook onze gids Salim benadrukte wat er belangrijk is om uiteindelijk bovenop de Kilimanjaro te staan. ‘Pole, pole’, wat Swahili is voor ‘Traag, traag’. Het is dé leuze op de Kilimanjaro om je kansen op succes zo groot mogelijk te maken. In tegenstelling tot andere bergen moet je hier immers te snel een grote hoogte overwinnen, waardoor de kansen op hoogteziekte groot zijn. Met een echt slentertempo legden we dan ook de zeven kilometer af in ongeveer drie uur. Het lijkt ongelooflijk traag, maar het is de enige manier om degelijk te acclimatiseren. Op aanraden van Salim, onze gids, nemen we nu ook beiden Diamox, een middel dat hoogteziekte zou moeten tegengaan. Verder raadt hij ons ook aan om zoveel mogelijk te drinken, een derde hulpmiddel wat acclimatisatie kan bevorderen.

Op de Kilimanjaro wandelt de bergklimmer van de tropen naar de pool en terug. Het is één van de redenen waarom de tocht naar het hoogste punt van Afrika als één van de mooiste ter wereld bekend staat. Ook bij ervaren alpinisten is de hoogste vrijstaande berg ter wereld gegeerd. De Kili staat op de lijst van de Seven Summits, de hoogste bergen van ieder continent, een doel voor veel bergklimmers. Beide redenen waren onze argumenten om naar Afrika te trekken en de aandacht te vestigen op ons goed actie: ‘Save the Polar Bear’. Een actie waarbij we aandacht vroegen om het uitsterven van de ijsbeer door de opwarming van de aarde. Al heeft het wegsmelten van de witte top van de Kilimanjaro ook global warming als oorzaak, het idee van het redden van de ijsbeer te koppelen aan een uitdaging in Afrika leek ons opvallend genoeg. De route die we hadden gekozen was de Marangu-route, een route die klimmers in vijf (wij in zes) dagen naar de top en terug beneden zou brengt. Ondanks het feit dat vijf dagen te weinig is voor acclimatisatie, en hoogteziekte meer dan de helft van de klimmers doet falen, is het de meest gekozen route.

De Marangu route heeft een bijnaam: de Coca-Cola-route, omdat het de meest populaire en dus

Met Mark bij de Mandara Huts
Met Mark bij de Mandara Huts

druk bewandelde route op de Kilimanjaro is. Het biedt dus heel wat kansen om medeklimmers te ontmoeten. Als we met een eerste medeklimmer aan de praat raken tijdens een korte pauze volgt de typische eerste vraag:

  • “Where are you from?”
  • “Belgium”, antwoorden we. “You?”
  • “Tis ni meugelijk, ge spreekt toen Vlams?”, reageert hij.

Na een lachbui komen we te weten dat hij van Blankenberge is. Eens we in de Mandara Huts komen, worden we zelfs met onze provinciegenoot eenzelfde hut toegewezen. In de avond hebben we meer dan genoeg tijd om wat meer van elkaar te weten te komen en wat te dollen met de gidsen en andere teamleden. Het blijkt zelfs dat hij een ervaren klimmer is die met de Kili aan zijn vijfde berg in de reeks van de Seven Summits toe is.

Na het avondeten merken we dat het al gauw donker is geworden en dan kun je op de berg niet veel meer doen dan rusten. We zullen immers alle energie nodig hebben voor morgen waar we richting het tweede kamp, Horombo, trekken. Het wordt een langere tocht en dus een lange dag, want er is slechts één manier om er te geraken en dat is pole pole.

Meer foto’s van de beklimming van de Kilimanjaro vind je in ons fotoalbum

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s