Categorie archief: Reisverhalen

Op zoek naar het Ierse geluk

Het land van de groene heuvels, steile kliffen, eeuwenoude kasteelruïnes en de mythische leprechauns. Je raadt meteen welk land we kozen als allereerste reisbestemming van dit jaar. Nee, we gingen niet op zoek naar de pot goud op het einde van de regenboog maar wel naar indrukwekkende landschappen en een stevige portie avontuur uiteraard.

Met onze VW minibus de ferry op

Alsof het landschap in Ierland nog niet groen genoeg is, reisden we vanuit Cherbourg met onze olijfgroen gekleurde Volkswagen T2 dormobile uit 1974. Ierland zou de komende twee weken vooral een eerste trial worden voor onze oldtimer bus. Eens aangekomen in Rosslare trokken we naar Lough Hyne, een klein meer in het zuidwesten van de provincie Cork. Het meer is uniek omdat het via Barloge Creek door een klein kanaal dat bekend staat als The Rapids, verbonden wordt met de Atlantische oceaan. Het getij zorgt ervoor dat je tweemaal per dag vanaf Lough Hyne de Atlantische oceaan kunt bereiken. Het was dus wachten tot de volgende ochtend vooraleer we onze kajak in het water dropten en begonnen te peddelen. Het fantastische weer zorgde ervoor dat we een eerste indrukwekkend zicht op de kliffen van de Ierse kust kregen.

DCIM100GOPROGOPR0917.
Kajakken langs de Ierse kust
Wild Atlantic Way

Een kajaktochtje op de Atlantische oceaan en een verkenning in een zeegrot later stonden we terug op de oevers van Lough Hyne. De komende dagen zouden we al rondrijdend met onze VW bus doorbrengen op Beara Peninsula, Killarney en de Ring of Kerry, allen onderdeel van de Wild Atlantic Way, een 2500 kilometer lange kustroute die tot de mooiste ter wereld behoort. En met het goede weer dat voorspeld wordt, zou het die naam zeker eer aan doen. Maar ons hoogtepunt op het schiereiland Iveragh zou letterlijk en figuurlijk de beklimming van Carrauntoohill worden. Vreemd genoeg was het zoeken naar het beginpunt moeilijker dan de beklimming zelf (al had onze teleurstellende gps daar veel mee te maken).

DSCF1954
With our VW minibus along the Wild Atlantic Way
De reuzenhaaien van Dingle

Wat voor weer wordt het? Een vraag die je iedere dag moet stellen wanneer je door het regenachtige Ierland reist en waar volgens een Ier die we ontmoetten op Dingle maar één antwoord op is: “s’Ochtends je gordijnen open trekken en kijken.” Het weer op Ierland is zo wisselvallig dat het amper in te schatten is. Helaas zagen we eens op Dingle de keerzijde van ons klavertje vier. Net nu we dichter bij onze twee grootste avonturen kwamen: kajakken voor de Cliffs of Moher en kajakken op het uiterste punt van Dingle, Slea Head nabij de Blaskets Islands. Hier zijn de basking sharks ofwel de reuzenhaaien (tweede grootste haaiensoort ter wereld) vaak te spotten. (Read our post on how to see the Basking sharks?) Kajakken terwijl de wijd opengesperde mond van de reuzenhaai aan het wateroppervlak komt was dan ook hetgeen we het meest naar uit keken. De vele wind maakte het echter onmogelijk om op zee te kajakken. Een laatste verwoede poging nabij Wine strand om de haaien te zien ten spijt, bleven we teleurgesteld achter.

DCIM100GOPROG0200952.

On the summit of Carrauntoohill
Cliffs of Moher

Niet alleen kregen we geen haaien te zien, maar ook ons kajakavontuur nabij de Cliffs of Moher kwam in gedrang. Kajakken met golven die tot drie meter boven je kajak uittorenen is niet meteen de veiligste activiteit als je in de oceaan voor de beroemde Cliffs of Moher peddelt. Met twee dagen in Doolin besloten we de eerste dag te gebruiken voor het wandelen van het coastal path. Een indrukwekkende trail die soms wel erg dicht bij de rand van de 200 meter hoge kliffen verloopt en die ons het mindere weer van de voorbije dagen even deed vergeten. Helaas was de wind de volgende ochtend nog steeds niet geminderd en besloten we maar ons kajakavontuur langs de Cliffs of Moher definitief op te bergen. Of tenminste tot een volgend bezoek aan Ierland.

DCIM100GOPROGOPR0997.
Selfie attempt #7 at the Cliffs of Moher

Kalaw to Inle trekking

‘Hi, I’m Phyo and I’ll be your guide for the next three days.’ Een kleine jonge man met een bol gezicht en een rieten hoed op zijn hoofd komt naast me staan. Zijn brede glimlach typeert zijn gezicht. Net als bij de meeste Burmezen trouwens. Het levert hem meteen punten op bij zijn groep als hij al de eerste grapjes begint boven te halen. ‘What’s that on your shirt?’, wijst hij naar mijn t-shirt waarna hij zijn vinger omhoog tegen mijn neus duwt zodra ik naar beneden kijk. De toon is gezet en ook ik heb het gevoel er een goede vriend aan over te houden.

Het typeert de vriendelijkheid en gastvrijheid van de Burmese bevolking. Diezelfde gastvrijheid zullen we de komende drie dagen mogen meemaken tijdens onze driedaagse trektocht van Kalaw naar Inle Lake als we langs verschillende dorpen passeren waar traditionele stammen nog steeds hun tradities in ere houden. Iedereen die naar Kalaw reist, heeft maar een doel: een trektocht maken richting Inle Lake. Wie hier ook maar even in de drukke straten ronddwaalt kan er dan ook niet naast kijken. Overal worden tochten aangeboden door trekkingsorganisaties. Linsay en ikzelf kozen ervoor om met een kleine groep de tocht af te leggen, uit vrees dat het anders te druk zou worden. We zouden al snel leren dat dit nog steeds veel drukker is, dan wat we vaak gewoon zijn als we reizen. De eerste twee dagen zijn er nog verschillende routes maar op dag drie wandelen alle organisaties op dezelfde paden de laatste kilometers naar het meer.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Fantastisch groen berglandschap

Geen tent, geen slaapzak en geen kookgerei. We hadden deze keer dan ook genoeg met een kleine rugzak om de komende drie dagen te overbruggen. ‘Dit zijn de enige schoenen die ik mee heb op reis.’, zei een Duitse jonge backpacker terwijl hij wees naar zijn kraaknette schoenen. ‘Ik wil dat ze de trektocht overleven.’ Het geniepige lachje die op het gezicht van Phyo verscheen verraadde dat de kans op propere schoenen wel erg klein was. ‘Follow me.’, zei hij vol enthousiasme terwijl hij met zijn armen zwaaide.

Slapen boven de waterbuffels

Eens uit de drukke straten van Kalaw bevinden we ons               al erg snel tussen de rijstvelden. Modderige paden (een goed begin voor onze Duitse backpacker) leiden tot aan de rand van een rijstveld waar een lokale boer bezig is met zijn gewassen. Het zou geen ongewoon zicht zijn de komende dagen. De kronkelige paden leiden ons de eerste uren door een dicht bos en na zo’n 21 kilometer stappen komen we aan bij onze eerste slaapplaats voor de avond. Een rieten huis bestaande uit twee verdiepingen waarbij we zelf boven de waterbuffels slapen. ‘Waar slaapt de familie die hier woont dan?’, vraag ik Phyo. ‘Die slapen nu gewoon elders omdat jullie er zijn.’, antwoordt hij. De vele toeristen die deze trekking doen, zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de lokale bevolking langs de trail. Ondanks het feit dat we eigenlijk peanuts (omgerekend 45$) betalen voor drie dagen inclusief gids, eten en overnachtingen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Het kan erg ‘heet’ zijn in Myanmar
Careful, slippery!

In totaal leggen we zo’n 61 kilometer af in drie dagen, een afstand die goed te doen is voor ervaren trekkers, al denken onze groepsgenoten daar anders over. Ondanks de vele pauzes die we nemen, waar we telkens thee en koekjes krijgen voorgeschoteld, is een klaagzang bij sommigen een echte must. Het gebrek aan deftige wandelschoenen en het regenweer die we rond de middag van de twee de dag krijgen te verduren, doet daar geen goed aan. Integendeel, heel wat slippartijen zorgen voor een wel erg modderige outfit, maar als we onze Duitse hiker met zijn sandalen dertig centimeter in de chocoladestroom zien verdwijnen, kunnen we een lach toch niet onderdrukken. ‘Careful, slippery!, waarschuwt Phyo voor de zoveelste keer met een lachje, waarbij hij amper kan verbergen dat hij geniet van de onhandige manoeuvres van onze groep. Hoe vaak enkele jonge reizigers ook mogen vloeken als ze voor de zoveelste keer een verkeerde stap zetten, uitglijden of zelfs een spinnenweb in hun gezicht krijgen, even vaak genieten ze van de prachtige groene heuvels van het berglandschap.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Rijstvelden
Treinsporen

Gelukkig kunnen we voor het laatste stuk de glibberige trail even inruilen voor de spoorweg. Deze lijn van Thazi naar Nyaung Shwe nabij Inle Lake werd indertijd aangelegd door de Britten en wordt tot op vandaag gebruikt door een wel erg langzame trein die we enkele dagen later zouden terugnemen richting Thazi. Net door het trage tempo van de trein heeft de lokale bevolking er geen problemen mee om dicht bij de spoorweg te wonen. De treinreizigers zijn immers hun doelgroep voor het verkopen van hun etenswaren. Eens bij onze slaapplaats aangekomen, vinden we opnieuw een authentieke slaapplaats terug. Een houten vloer waar een bamboemat op ligt en een erg dunne matras.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Het leven langs de spoorweg
Inle Lake

Een koude douche (ton met water) in het dorp heeft ons deugd gedaan en gelukkig blijven we de laatste dag gespaard van meer regenweer. Niet veel later betalen we 10 dollar admission fee voor het Inle Lake gebied. Al gauw wandelen via een dirt road tussen het struikachtige gewas met in de achtergrond onze bestemming: Inle Lake. De voorbije drie dagen hebben we het authentieke leven in Myanmar kunnen ervaren (met alle ongemakken van dien), maar daar komt hier een eind aan. Inle Lake is wellicht het meest toeristische gebied van Myanmar, vooral vanwege de tot de verbeelding sprekende Inthavissers.

 

We hebben de  Kalaw to Inle lake trekking afgelegd met de Eversmile Trekking service. Ons persoonlijke hoogtepunt was onze goedlachse gids Phyo die de drie dagen echt een persoonlijke touch heeft gegeven. Phyo is ondertussen zelf met zijn vrouw een eigen trekking service begonnen, Yumon and Phyo trekking. We kunnen hem erg aanbevelen! 

Vijftig tinten groen (Deel IV)

‘Zouden we het hem durven vragen?’

‘Ik weet het niet… maar ik heb wel grote honger. Misschien gewoon een berichtje sturen en zien wat er van komt.’

In tegenstelling tot wat we hadden gehoopt, is er op het einde van onze trektocht helemaal niets te bespeuren. Geen mens, geen winkel, geen woning. Niets. Enkel een weg door de dichte bossen van Finland waar sporadisch een vrachtwagen met grote boomstammen passeert.  We zitten nu al drie dagen met een tekort aan eten. En er zouden er nu nog zeker drie volgen. Morgen hebben we een afspraak met een kanoverhuurder die voor ons hier een kano komt droppen. Gezien dit ons enige contact is met de buitenwereld hebben we na wat overwegen hem maar een bericht gestuurd of hij soms niet wat extra bevoorrading kan meebrengen. Helaas zonder reactie en als we hem de volgende ochtend zien toe komen blijkt hij het bericht ook niet ontvangen te hebben. Zonder eten dan maar. Al hij onze vislijn ziet dat we nog steeds meesleuren vraagt hij of we al succes hebben gehad. Als we ons verhaal doen vertelt hij dat hij een vriend kent wat verderop die wel wat hulpstukjes heeft om te kunnen vissen. Twintig minuten later staat hij al terug bij ons met wat fake bait.

dscf1060
Kano-selfie

De temperaturen zijn al iets lager dan de voorbij dagen en ook het aantal muggen die rondom ons hoofd vliegen zijn beperkt tot een minimum. Na ons kanoavontuur vorig jaar op de Schotse lochs keken we nu al een tijdje uit naar onze tocht op de Jongunjoki, een wildernisrivier waarbij we een aantal stroomversnellingen moeten overbruggen. Voor een afstand van zo’n vijftig kilometer hebben we drie dagen uitgerekend. Meer dan makkelijk haalbaar gezien de stroomversnellingen. Ondanks ons gebrek aan eten kiezen we er voor om ons avontuur toch drie dagen te laten duren. Dezelfde route die we enkele dagen nog terug wandelden keren we nu via de wildernisrivier terug, richting Nurmijärvi en … eten!

Drie dagen later in Nurmijärvi

Wanneer je maar moeilijk gelooft dat een stadje in de middle of nowhere bestaande uit drie straten en evenveel eetgelegenheden ook effectief kan draaien kan je wel eens gelijk hebben. Zo is ons ‘restaurant’ aangewezen door de kanoverhuurder niets meer dan een gewone koffieshop voor truckers. ‘No restaurant service or meals here’, zegt de uitbaatster in gebrekkig Engels, wijzend op de gebakjes achter de toog. Geen probleem. Met een koffietje zijn we zelfs al erg gelukkig na negen dagen wildernis. Het tweede restaurant blijkt gewoon een lokale kanoservice zijn die amper zaken doet omwille van het gebrek aan toeristen in de streek. Onze derde hoop op een degelijke maaltijd lag twee en een halve kilometer verderop langs een weg die ons terug de wildernis in stuurt. Onze wandeling gaat gelukkig niet onopgemerkt voorbij (wat doen twee niet-Finnen met een rugzak op

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Sauna op de meest idyllische locatie

deze eenzame weg?) en al gauw worden we telefonisch al snel de talk of the town waardoor de derde deur opengaat net nadat we aankloppen. ‘Ik had jullie verwacht.’, krijgen we te horen. Een geluk dat het roddelcircuit in een klein stadje vliegensvlug verloopt want ook dit derde restaurant is nooit open. Enkel op aanvraag. Reden? Geen toerist die hier raakt of tenminste de moeite doet om er te geraken. Nochtans is het restaurant gelegen op een idyllische plaats aan een groot meer. Een adembenemende setting. We zijn dan ook opgelucht dat de eigenares ons vertelt dat we de sauna wel kunnen gebruiken als we ze zelf opwarmen. Alleen heeft ze niets in huis om ons een maaltijd voor te schotelen. Dat de Finnen erg vriendelijke mensen zijn, wordt nog maar eens duidelijk als we na onze deugddoende sauna, alsnog een heerlijke maaltijd krijgen voorgeschoteld. Met de restjes zo zegt ze zelf. Heerlijke aardappelen, een stevig stukje verse zalm gekruid met dille en stukjes brood met kruidenkaas. Moeten we je nog vertellen dat het gesmaakt heeft? Ons Finse avontuur kon geen beter einde krijgen.

VIJFTIG TINTEN GROEN (DEEL III)

Het is maar erg stilletjes de eerste kilometers nadat we Ruuna hebben verlaten. Zowel Linsay als ikzelf zijn in diepe gedachten verzonken. “Hoe lossen we dit probleem op?”, denk ik bij mezelf. We bevinden ons midden in de wildernis met een minimum aan eten. Terugkeren is geen optie gezien ons startpunt al evenzeer onbewoond is. Alleen op ons eindpunt zijn we zeker dat we aan eten geraken. Maar dat is nog zes dagen vanaf nu. Het zorgt ervoor dat we erg zuinig met onze maaltijden omspringen. Nog terend op onze warme maaltijd van deze middag bestaat ons avondmaal uit een enkele boterham met kaas.

Dan maar vissen

Tijdens de eerste avond voorafgaand aan onze tocht slaagde ik er net niet in een vis binnendscf1034 te halen met een vishengel die Linsay zelf ineen had gestoken. Een geel stukje touw, een stukje ijzer geplooid in een haakje, een stevige tak en een klein stukje brood. Meer had ik niet nodig om beet te hebben. Dat de vis net ontsnapte was deels te wijten aan het te lichte haakje en een verraste ikzelf. Nooit had ik gedacht dat een vis ook maar even aan de haak zou blijven hangen. Drie dagen later spelen we opnieuw met het idee om een poging te ondernemen en deze keer met succes een vis te vangen. Uit noodzaak ditmaal. Met een knorrende maag komen we aan op een plaats die ons geschikt lijkt om onze tent te plaatsen. Linsay begint met onze vishengel wat aan te passen zodat hij wat steviger is, terwijl ik de tent opzet. Een half uur later zit ik aan de oever van een nabijgelegen meertje geduldig te wachten op evenveel succes als de eerste avond. Helaas, mijn geduld is al snel op als ik voor de vijfde keer in bijna evenveel minuten een nieuw stukje droog brood aan het haakje hang. Dat een grote zwerm muggen me voortdurend lastig valt helpt daar ook aan bij natuurlijk. “Vervelende muggen.”, zucht ik, heen en weer zwaaiend met mijn linkerarm om de rotdieren op een afstand te houden. “Potver! Nu ben ik weer een stukje brood kwijt.” Ik gooi de hengel wild aan de kant en ga bij het kampvuur zitten. “Met die hengel lukt het nooit om aan vis te geraken.”, zeg ik tegen Linsay terwijl ik een van de twee zakjes rijst uit de rugzak haal. “Dan maar een kleine portie rijst delen.”, zucht Linsay.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat geluk… en wat pech

Met veel plezier keek ik naar de afleveringen van Ultimate Survival Alaska op Discovery. Hoe groepjes avonturiers erin slaagden een grote afstand door de wildernis af te leggen en te overleven was intrigerend om te zien. Dat ze vaak ‘toevallig’ drie paar ski’s in de wildernis vonden, om daarna al skiënd net op tijd de meet te halen, was iets wat je er gewoon moest bijnemen als je naar een Amerikaans programma keek. Zelfs niet in onze stoutste dromen kwam het voor dat we plotseling een zak eten vonden die ons probleem zou oplossen. We wrijven dan ook tweemaal in onze ogen als we bij de laatste hut van het

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ons voedsel voor de resterende drie dagen

visgebied Anaikinen een achtergelaten vishengel vinden. In perfecte staat. Het hongergevoel overtuigt ons al snel om de hengel mee te nemen en niet af te wachten of er al dan niet nog iemand om zou komen.  Rond de middag krijgen we ons eerste blik op de Jongunjoki, de wildernisrivier die we binnen twee dagen zullen afvaren naar onze eindbestemming. Bij de eerste shelter langs de rivier houden we halt voor een vlugge lunch. Rijst met mosterd. Hoezeer we ook dachten dat het geluk ons eindelijk wat meezat na het vinden van een vishengel, hoezeer we vloekten als na vijf minuten ons brandertje op was. “Euhm, Linsay? Gedaan met warm eten denk ik.”. Ik schud aan het gasflesje in de hoop het nog even aan de praat te krijgen maar nee hoor. Niet alleen hebben we maar weinig eten meer, maar nu is ook nog eens onze gasfles leeg. En gezien we deze steeds gebruikten met de ontsteking zal het je niet verbazen dat we geen lucifers bij hadden. Het gebrek aan lucifers zou ons nog zuurder opbreken als we ’s avonds er niet in slaagden een kampvuur te starten (dit deden we voorheen met de brander en een propje papier). Het vuur, ons enige efficiënte hulpmiddel tegen de bijtgrage muggen is nu ook verdwenen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En opnieuw wat geluk

Herinner je je het stukje over de ‘toevalligheden’ tijdens Ultimate Survival Alaska. Voor heel even lijkt het alsof we in hetzelfde programma zijn beland. Geen eten maar wel een vishengel vinden. Geen vuur meer kunnen maken… en jawel op dag zes vinden we lucifers in een van de wildernishutten. Hiermee was al meteen één probleem opgelost. Het andere daarentegen… Vissen leek ons de perfecte oplossing om aan voedsel te geraken. Maar hoe vang je een vis als je niets hebt om aan het haakje te hangen? We hadden op voorhand gesteld één van de droge boterhammen op te offeren en als lokaas te gebruiken. Zonder succes. Heel erg stiekem hoopten we dat we bij aankomst in Teljo, het eindpunt van de Karhunpolku, iets van beschaving zouden tegenkomen. Dat bleek ijdele hoop als we merkten dat de trail op zijn einde liep bij een godverlaten weg.

Vijftig tinten groen (Deel II)

Een geslaagde eerste avond op de wildkampeerplaats in het Patvinsuo NP maakt ons enthousiast over de komende zes dagen. Niet alleen zijn de voorzieningen op deze wildkampeerplaatsen veel beter dan we hadden durven hopen (kampvuurmogelijkheden, potten, pannen, composttoilet) maar we waren er bijna in geslaagd om met een zelf gefabriceerde vishengel een vis te vangen. Wellicht was ons geknutselde vishaak net niet sterk genoeg om deze binnen te halen. Wel slaagden we er in om wat licht smeulend brandhout terug tot een heus kampvuur om te vormen wat onze wildernismodus helemaal activeerde.

20160529_finland__5290092.jpg
Hutten onderweg

Met een goed gevulde rugzak en voedsel voor de komende drie dagen (daarna zouden we in Ruuna kunnen herbevoorraden) wandelen we om het grote Suomunjärvimeer dat de trekpleister is van het nationale park. De indrukwekkende setting doet onze verwachtingen van de komende dagen dan ook stijgen. Eens we uit het park komen krijgt onze hoge verwachting al snel een deuk. De houthakindustrie in Finland is een grote bron van inkomsten in Finland. Helaas zijn hun gevolgen merkbaar aan een grote omgehakte vlakte die we door moeten. Toegegeven, we zijn de eerste tien kilometers verwend geweest en de felle zon die ons meteen het zweet doet uitbreken wegens gebrek aan beschutting zal er ook wel voor een stuk tussen zitten. Al vragen we ons toch af waarom nu een deel van een van de weinige trektochten moest omgehakt worden. Gelukkig verdwijnen we al snel terug in de drassige moerasgebieden waar houten planken het pad vormen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Indrukwekkende zichten onderweg

Drieëntwintig kilometer per dag wandelen en we kunnen de tocht afleggen in zes dagen. Gezien de weinige hoogtemeters die we dienen te maken en onze ervaring in Schotland vorig jaar verwachten we hier makkelijk aan te voldoen. Het duurt niet lang vooraleer we beseffen dat dit een onderschatting is van onze kant. De paden van de Karhunpolku zijn een stuk smaller dan bij onze voorgaande tochten en ook de moeilijke drassige ondergrond met bijhorende wortels bemoeilijkt ons tempo. Daarnaast krijgen we ook nog eens veel hogere temperaturen te verwerken dan gemiddeld in deze regio in Finland. Als we dan na zo’n tien uur stappen ferm zwetend aankomen op onze wildkampeerlocatie snakken we dan ook naar een verfrissende duik. Gelukkig staat onze tent net tussen twee grote meren. Ideaal om te gaan skinny dippen zo denken we. ‘Geen kat die ons hier zal zien.’, zegt Linsay nog, het water in plonsend. ‘Euhm, Linsay, ik zie iemand afkomen.’ Denkend dat ik aan het zwanzen ben, lacht ze mijn opmerking weg. Met een grote rugzak op zijn schouders komt een Finse man bij de shelter aan. ‘Hallo.’, zegt hij ongemakkelijk beseffend dat we niet veel meer dan een klein handdoekje rond ons gewikkeld hebben. Na een klein praatje te hebben geslagen over onze plannen de komende dagen besluit hij een kamp verder te overnachten.

DCIM100GOPROG0080399.

Zweten zonder sauna

Hopend dat we vandaag een minder zware dag tegemoet gaan, bergen we onze tent op. Linsay haalt de wildlifecam van de boom die we op het meer hadden gericht. We hebben niets gehoord vannacht dus we gaan er vanuit dat we geen beelden hebben kunnen maken van enig wildlife. Vandaag verwachten we in de buurt van Ruuna Hiking Area aan te komen, het nationale park waar we morgen door moeten. Op de kaart merken we weinig variatie wat onze etappe betreft. ‘Bos, bos en nog eens bos.’, zeg ik, Linsay op de kaart tonend waar we vandaag zullen passeren. Helaas bleken we al gauw weer met dezelfde frustratie als gisteren opgezadeld te zitten. We zitten in houthakkersgebied en we zullen het geweten hebben. Grote stukken bos zijn volledig weg en een felle zon die op ons voorhoofd zijn hitte afgeeft zorgt ervoor dat we de moed al snel verliezen als we over een dorre omgehakte vlakte wandelen. Het warme weer zorgt ervoor dat een grote zwerm muggen ons voortdurend lastigvalt als we in de bossen zitten. ‘Ik ben er nog niet aan uit wat ik liever heb.’, zucht Linsay. ‘Muggen maar wat meer schaduw of geen muggen en een felle zon op mijn gezicht. Ik kon haar enkel maar gelijk geven. Nog nooit hadden we zoveel last gehad van muggen als nu. En dat nog voor de zomer echt is begonnen. Al zal het warme weer van de laatste dagen daar veel mee te maken hebben. Temperaturen die rond de dertig graden schommelen hadden we niet echt verwacht zo hoog in het noorden. We zitten op slechts 450 kilometer van de noordpoolcirkel. Het zou een hele dag zweten worden. Op geen enkel moment lijkt er ook maar wat bewolking te komen of wat verkoeling. ‘We hebben geen sauna nodig om flink te zweten.’, lach ik nog.

Na drie dagen zouden we terug kunnen bevoorraden. Zo hebben we ons laten informeren vooraleer we verder trokken naar Patvinsuo National Park. Het had ons doen beslissen om slechts voor drie dagen proviand mee te nemen en daarna onze voorraad eten terug aan te vullen in Ruuna Hiking Area, een park waar we toch wel wat toeristen en wandelaars verwachten. Op die manier zouden we niet met een te zware rugzak de eerste dagen

dscf1012
Dichte bossen in Finland

moeten wandelen. Onze verbazing is dan ook groot als we op dag drie geen mens te zien krijgen eens wanneer we  het park binnenwandelen. Geen wandelaars, geen vakantiegangers. ‘De kans is nu maar erg klein dat het restaurant waarvan je constant bezig bent open is. Laat staan de winkel die hier zou moeten zijn.’, zegt Linsay. We volgen de rest van de trail door het natuurdomein zonder ook maar een woord te zeggen. Het ziet er inderdaad niet goed uit, maar we moeten toch passeren aan het restaurant dus kunnen we maar even goed een kijkje nemen. ‘Ik denk dat we geluk hebben.’, lach ik als ik merk dat er een paar mensen zitten op het terras van het restaurant. Helaas is  het lachen van korte duur. Het restaurant mag dan wel open zijn, de uitbater vertelde ons dat er geen winkels in de buurt waren om te bevoorraden. Een maaltijd met zalm en aardappelen later beseffen we dat we niets anders kunnen dan hopen dat het restaurant iets kan missen van voorraad. Na wat aarzelen kunnen ze ons wat rijst, soep en een paar sneetjes brood. Amper genoeg voor twee dagen. En dat terwijl we nog zes dagen van ons eindpunt zijn verwijderd.

Wordt vervolgd…

Vijftig tinten groen (Deel I)

Negen dagen de wildernis in. Hiken door de bossen die het Finse grondgebied bedekken en terug peddelen via een van de wildernisrivieren. We verwachten dan ook geen mens te zien hier. Of toch amper. Voor een keer gaat het enkel om twee avonturiers en heel wat beren, wolven, elanden en lynxen.

Naar de wildernis (28 mei 2016)

 

Onze voorbereiding brengt ons tot Uimaharju, een dorpje waar we met een trein de grootte

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Met de trein naar de wildernis

van een locomotief worden gedropt.  Dichter dan dit brengt het openbaar vervoer ons niet, ondanks de belofte die we op het internet lazen dat er goede busverbindingen zijn in de afgelegen gebieden van Finland. We zitten op zo’n veertig kilometer van Patvinsuo NP, het startpunt van de Karhunpolku, een trektocht van iets meer dan 130 kilometer door de Finse wildernis. Letterlijk vertaald: het Berenpad. Duidelijker kan niet, we zitten in berengebied. En niet alleen beren leven samen met de weinige mensen die in deze ongerepte, afgelegen streek wonen. Nee, de bossen zijn de thuis van zowel beren, wolven, elanden als lynxen. Stiekem hopen we de komende negen dagen dan ook op een ontmoeting met een van deze schuwe dieren. Maar vooraleer onze trektocht te beginnen hebben we nog een probleem op te lossen. De veertig kilometer overbruggen. De opties: een dure taxi of… een poging wagen om te liften. We opteren voor deze laatste. Een gewaagde keuze gezien het weinige verkeer hier op deze eenzame wegen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Liften op verlaten wegen: een echte uitdaging!

Gelukkig zijn we vandaag zaterdag en worden we al gauw opgepikt door een Finse studente die in de buurt woont en straks naar haar vakantiehuisje in het noorden trekt. Het brengt ons meteen vijftien kilometer dichter bij ons doel. We wandelen verder richting onze bestemming hopend om een voorbijrijdende auto die in dezelfde richting rijdt en ons wil meenemen. Dat Linsay talent heeft met het versieren van een lift bewees ze nog vorig jaar in Schotland en enkele maanden terug in Cuba. We zijn amper een kilometer verder als we

dscf0003
Patvinsuo NP: sneller dan verwacht

alweer op de achterbank van een Finse wagen belanden. De weinige wegen hier maken het ons makkelijk want het nationale park ligt nu sowieso op ons pad. Anderhalf uur nadat we in Uimaharju zijn aangekomen zijn we aanbeland in Patvinsuo waar we de nacht in onze tent doorbrengen vooraleer onze tocht door de Finse wildernis te starten.

Op het berenpad (29-4 juni 2016)

Onze eerste nacht in de wilde natuur van Scandinavië was iets waar we lang hadden naar uitgekeken. Dat we de eerste avond er dan ook nog eens in slaagden licht smeulend brandhout terug op te doen flakkeren tot een heus kampvuur maakte het dan nog eens echt af. Vorig jaar waren we in de UK er immers geen enkele keer in geslaagd om een kampvuur te maken (regen!). Onze honger naar

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Kampvuur

avontuur werd alleen maar groter. We hadden dan ook nog geen flauw benul dat die honger enkele dagen later wel erg letterlijk zou mogen worden genomen.

Wordt vervolgd

 

 

Kanovaren in Zweden

Ik staar uit het vliegtuigraampje. Het wolkendek ligt erbij als een met gletsjerspleten bezaaide sneeuwvlakte. Mijn bestemming? Zweden. Het Scandinavische land mag dan vooral bekend zijn voor de vele winteractiviteiten in Lapland, toch reis ik er in de zomer heen. Op mijn reisplanning staat een zesdaagse kanoreis op enkele van de grootste meren en rivieren van Zweden. Wildkamperen in een gebied waar bruine beren, wolven en elanden hun thuis hebben.

Met ons knalgele volkswagenbusje rijden we reeds meer dan een uur door de bossen

DSCF1220
Zweedse hostel

van de provincie Dalarna, dicht tegen de grens met Noorwegen. Lange asfaltwegen omgeven door hoge naaldbomen om enkel na de volgende bocht nog meer bomen te zien. Ik heb het gevoel ieder moment een beer de weg te zien oversteken. Of een eland. Maar ik zie niets meer dan een sporadische glimp van de rood of geel gekleurde houten Scandinavische huisjes. We rijden de oprit van een lichtgeel gekleurde woning op. Horrmunds Garden lees ik. De Zweedse vlaggetjes aan het uithangbord brengen me meteen in het Zweedse vakantiegevoel. “We zijn er.”, vertelt onze reisbegeleider. De Zweedse eigenaars van de B&B, Anita en Görgen, komen ons hartelijk begroeten. Enkele dagen eerder werd er hier op de oude weg hierachter door een van hun gasten nog een beer gespot, laten ze ons weten. Misschien was mijn gevoel dan toch niet zo verkeerd.

Zweeds ontbijt & back to basics

Knäckebröd, eitjes met kaviaar en versgebakken wafeltjes met bessengelei. “Cloudberry is very expensive in Sweden.”, vertelt Anita ons. Mijn Zweedse vakantiestemming wordt verdergezet als ik het ruime Zweedse ontbijt aanschouw. Toch is onze kennismaking met de Zweedse lekkernijen en gastvrijheid van korte duur want straks rijden we naar het Ransi meer waar we onze eerste ervaring met kanovaren te verwerken zullen krijgen en we de komende dagen in de wilde natuur zullen verblijven. Zes dagen back to basics zoals dat dan heet.

Na een korte introductie over de verschillende peddeltechnieken laden we onze kano’s in en duwen we ons van de oever af met behulp van de peddel. Al snel horen we niets meer dan het geluid van het water die wordt achteruit geduwd door onze peddel. Zaa-alig.

Kamperen in de wilde natuur

 

13895183_1763805647191966_7614936849224754757_n
Barbecue op een kampvuur

Na een vaartocht van net geen twee uur komen we aan de overkant van het meer waar we een geschikt plaatsje zoeken om onze tenten te plaatsen. Al snel staan er zes tenten tussen de bomen op de oevers van het meer. Zonder woorden worden de taken verdeeld voor de rest van de avond. Waar de ene zich geroepen voelt om hout te sprokkelen voor het kampvuur begint de ander aan het voorbereiden van het avondeten. En wat zou een eerste avond wildkamperen zijn zonder een echt kampvuur? Gelukkig is er altijd wel een ‘firemaster’ die de edele kunst van een vuurtje starten aankan. Terwijl het barbecuevlees op een rooster boven het vuur ligt te sudderen zijn ook de sfeermakers van de groep van start gegaan met het vertellen van wilde en grappige verhalen. Pas vele uren later zien we de Scandinavische zon voor heel even onder de horizon verdwijnen.

Het schrille geluid van kraanvogels verborgen in het hoge riet echoot door de vele bossen en inhammen en zorgt ervoor dat ik om kwart voor acht ontwaak. De zon staat al heel hoog aan de hemel ondanks het vroege uur en het belooft opnieuw een warme dag te worden in het hoge noorden. Na een smakelijk ontbijt waarbij koffie en thee worden vergezeld van een sneetje brood met confituur is het plan om de inhammen van het meer te verkennen.

DSCF1152

Met wat geluk wildlife spotten

Voor wie het nog niet wist: we zitten in berengebied. Een gebied dat ze delen met enkele honderden wolven en veel meer elanden. Maar hoewel Scandinavië heel wat van deze dieren telt zal je vaak niet meer aantreffen dan vogels. Aan de hand van pootafdrukken of uitwerpselen daarentegen kun je wel sporen van de wildste dieren aantreffen. We kunnen dus wel stellen dat we het geluk aan onze zijde hadden als we iets opmerkten in het hoge gras wanneer we peddelden in de inham van het Ransi

DSCF1168
Wildkamperen

meer. “Zien jullie dat ook?”, en ik wijs naar een plaats zo’n vijftig meter verderop. Al snel merken we dat het om een eland gaat maar nog voor we echt dicht geraken bij de oever waar hij staat te grazen rent hij terug het bos in.

De zon reflecteert op het wateroppervlak van het meer als we terugkeren naar de plaats waar we ons kamp hebben opgezet. Na een succesvolle dag wat het spotten van wildlife betreft maken we ’s avonds opnieuw een kampvuur. Niet alleen voor het bereiden van ons eten maar evenzeer voor het weghouden van een andere diersoort: de vervelende muggen die iedere avond opduiken. Het rustgevende gezoem van de muggen die rond je hoofd hangen staan in schril contrast met de vrees om vol jeukende muggenbeten te staan.  Gelukkig krijgen we het vuur snel aan.

De stroomversnellingen van de Björnan

De lichte golven van het meer duwen de kano voortdurend tegen de keien op de rand vooraleer hem terug het water in te sleuren. Af en toe wordt het ritmische geschuur vergezeld van een plons veroorzaakt door een vis. Het geschuur en geduw tegen de keien is iets wat onze kano vandaag nog zal meemaken. Op dag drie is het immers tijd om de rivier de Björnan met zijn stroomversnellingen af te varen. Iets waar we ons DSCF1304twee dagen zullen mee bezighouden, afgewisseld door de oversteek van het Noren meer. Het water in de rivier staat vrij laag door de warme zomer die ze hier te verwerken hebben waardoor  de grote stenen tijdens de stroomversnellingen nog moeilijker te ontwijken zijn. “Als je met je kano vast komt te zitten is het belangrijk om niet meteen te panikeren en voorzichtig de kano verder te duwen.”, vertelt de reisbegeleider. Nog voor de woorden van de reisbegeleider koud zijn zit de eerste kano al vast op een rotsblok. Oppassend voor de gladde stenen onder water kruipt de achterste persoon op zijn sandalen uit de kano om deze een zetje te geven. Haast te laat springt hij er weer in terwijl de kano verder de rivier afdrijft. Het zoeken naar de beste manier om de stenen te ontwijken is een kunst die we al snel onder de knie krijgen, uitzonderingen niet inbegrepen. “Naar links peddelen. Vlug, vlug. En nu naar rechts.” Om dan maar net een grote steen te ontwijken en zonder te kantelen de stroomversnelling voorbij te peddelen. Zelfs als een korte maar krachtige stortbui uit de hemel komt vallen kan het de pret niet bederven.

13895553_10206797134183132_5651617858793820107_n
Weerspiegeling meer
Kanovaren in Pirates of the Caribbean stijl

De stilte van de natuur, het zwemmen in de meren, de omliggende dennenbossen waar we af en toe een verlaten hutje opmerken dicht bij de oevers,… er zijn veel hoogtepunten geweest tijdens deze kanoreis in Zweden. En dan mogen we de groep zelf nog niet vergeten. Een groep mensen, elk met hun eigen portie survival skills die ze maar al te graag gebruiken. Of het nu koffie maken is op een kampvuur of de tent stevig opzetten. Na vijf dagen te hebben gepeddeld op rivieren en meren zijn we

DCIM100GOPROGOPR0506.

aangekomen op het Horrmunden meer waar in het zuiden onze eindbestemming ligt. Met glooiende bergen in de achtergrond zien we opnieuw Scandinavische huisjes opduiken. Elk met hun eigen pier en Zweedse vlag die hangt te wapperen. Het lange riet waar we doorvaren wiegt op dezelfde manier mee met de wind. Nog een laatste dag genieten we van onze routine van tenten plaatsen, potje koken en kampvuur maken. Nog een laatste keer genieten we van de volledige rust en stilte die we gedurende zes dagen into the wild hebben mogen ervaren. Alhoewel… als een golf die op ons afkomt horen we de soundtrack van Pirates of the Caribbean opduiken. Op dezelfde manier als Jaws komt de sfeermaker van de groep zijn groepsgenoten enteren. Nog voor één laatste keer.

 

 

El Caminito del Rey

Gedurende tientallen jaren mocht je avonturiers vragen naar El Caminito del Rey . Hun aandacht had je meteen. En als antwoord? Dat het beroemde Koningspad al op hun palmares stond of nog op hun to-do lijstje. El Caminito del Rey had dan ook een beruchte reputatie. Een reputatie dat enkel nog maar versterkt werd door sociale media waar het maar al te vaak op de tweede plaats reikte van ‘Most dangerous hikes in the world’.

Deze laatste was dan ook de manier waarop het ons ten ore kwam.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Linsay

Het bewonderen van de indrukwekkende Youtube filmpjes waarin klimmers de afgebrokkelde, levensgevaarlijke paden overbrugden. Het feit dat het pad op bepaalde plaatsen niet meer was dan een smalle metalen balk met een 100 meter diepe afgrond die naar je loert bezorgde het drie kilometer lange trail dan ook zijn tweede plaats bij gevaarlijkste hikes.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Helaas zorgde het verboden pad nog voor te veel aandacht en dus bijgevolg slachtoffers, waardoor de Spaanse regering twee jaar terug besliste om El Caminito te restaureren. Helaas betekende dit voor ons dat we het beruchte pad niet meer zouden kunnen betreden in zijn oorspronkelijke staat. Zijn prachtige setting, echter, zorgde ervoor dat we de trail niet van ons lijstje schrapten en tijdens een verlengd weekend het vliegtuig naar Malaga namen.

Zaterdag 14 mei 2016: El Chorro

Onze aankondiging dat de twee avonturiers ditmaal naar Malaga, gelegen aan de Spaanse Costa Blanca, trokken, deed meerdere mensen de wenkbrauwen fronsen. Vol ongeloof vroegen ze ons ‘Gaan jullie deze keer voor een strandvakantie?’. Uiteraard niet. Onze bestemming Malaga had maar één echt doel: reizen naar de indrukwekkende El Chorro-kloof waar we met ons ticket in de hand het net gerestaureerde El Caminito del Rey konden

Het begin van El Caminito del Rey
Het begin van El Caminito del Rey

bewandelen. Hoewel we de voormiddag spendeerden in het zonnige Malaga, genietend van een smakelijke Tapas en het historische centrum, namen we in de late namiddag de trein. Bestemming? El Chorro, een klein dorpje op weg naar Sevilla maar bijzonder geliefd door natuurliefhebbers. Eens aangekomen in El Chorro trokken we met de bus verder naar Ardales waar het begin van de trail ligt. Met nog geen slaapplaats in gedachten wandelden we de eerste kilometers van El Caminito del Rey waar we morgenochtend pas aan het begin van de beroemde passage verwacht werden. Met de vele omliggende bossen en hemelsblauwe meren was onze keuze om te wildkamperen snel gemaakt. Al was een degelijke locatie vinden minder makkelijk met het rotsachtige gebied. Op een kilometer van waar we de El Chorro kloof zouden induiken vinden we een overhangende richel met een vlak stuk grond waar we onze tent konden plaatsen. We genieten van de laatste zonnestralen vooraleer we in onze slaapzak kruipen.

Zondag 15 mei 2016: El Caminito del Rey

‘Hoor je dat ook?’, vraag ik Linsay. ‘Precies stemmen.’ Ze knikt, al zit ze nog steeds diep in haar slaapzak. De bewegingen van een zwaar dier die de takken doet kraken geeft ons al snel ongelijk. Het dier eet zo luid dat we hem tot in onze tent horen grazen. ‘Welk dier zou het zijn vragen we ons af?’ Mijn nieuwsgierigheid wordt zo groot dat ik in mijn ondergoed uit de tent kruip en in het duister mijn blik richt op de struikgewassen beneden , zo’n tien meter voor me. Een luid geknor verraadt dat het om een everzwijn gaat. Zijn luidkeelse kabaal dat hij niet opgezet is met onze aanwezigheid. Onze waarneming blijft echter beperkt tot het lawaai dat hij maakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De volgende morgen wandel ik verder op het pad, wroetsporen van het everzwijn waarnemend, terwijl ik naar Linsay wandel die met het ontbijt wacht bij het meer. ‘Neem vlug een dikke tak.’, stelt ze. ‘Ik hoorde het everzwijn hier ergens zitten.’ Vrezend dat het dier zou aanvallen neem ik snel de eerste tak die ik vind in mijn hand. Enkele seconden later hoor ik het everzwijn agressief tekeer gaan. Nu pas wordt het duidelijk dat hij in het struikgewas aan de andere kant van het meer zit. De echo’s die worden veroorzaakt door de omliggende canyons zorgden voor verwarring.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na zo’n tien minuten wandelen komen we aan bij het beginpunt van de Caminito del Rey, afgesloten voor vrije toegang. Ons ticket doet echter de poort opengaan en uitgerust met een helm zetten we onze eerste stappen op het houten pad dat is vastgemaakt in de rotswanden van de El Chorro-kloof. Al snel merken we op dat het oude pad niet is verdwenen. De resterende betonnen stukken zien we liggen onder het gerenoveerde gedeelte. Het contrast tussen het nieuwe en oude gedeelte kan niet groter zijn. Met toch een beetje spijt betrappen we er onszelf erop dat we het oude pad erg vaak in de gaten houden en stiekem hadden gehoopt deze versie nog te hebben kunnen bewandelen.

Laat ons duidelijk zijn. De thrillfactor van El Caminito del Rey is OLYMPUS DIGITAL CAMERAvolledig verdwenen. Het anderhalf meter breed pad afgeschermd door de rotsen en een metershoge omheining die je belemmeren de honderd meter diepe kloof in te vallen wordt nu zelfs bewandeld door kinderen. Voor het toerisme een pluspunt, voor avonturiers gewoon erg jammer. Toch was de beslissing om te renoveren te begrijpen. Op sommige plaatsen bleef van het oorspronkelijke pad niets meer over en zelfs de resterende gedeeltes lijken ons onbetrouwbaar. El Caminito was dan ook de laatste jaren ongewild een via ferrata geworden, waar avonturiers dienden te kunnen klimmen en zich steeds moest vastmaken aan de ijzeren kabel die aan de rotsen was bevestigd. Het verbod om het pad nog te betreden verhinderde echter niet dat er jaarlijks nog waaghalzen verongelukten.

Indrukwekkend is het pad nog wel. Ongetwijfeld behoort de El Chorro-kloof tot een van de mooiste gebieden van Zuid-Spanje. Gisteren zagen we nog vanuit de bus naar Campillo hoe wandelaars op het pad liepen, maar het zicht vanaf het pad is al even spectaculair. Om die reden alleen al stond het pad nog steeds op ons to-do lijstje.

Aconcagua: Expeditie naar de top van de Andes (Deel IV)

Ik staar naar het dak van mijn grijze North Face tent. Uitgeteld en met een zware hoofdpijn sluit ik geregeld mijn ogen, hopend op beterschap. Nog nooit voelde ik me zo zwakjes aan de vooravond van een summit bid. Ik kan me niet inbeelden dat ik over acht uur aan de loodzware laatste klim naar de top moet beginnen. Niet als ik me zo zwak voel als nu. “Dinner is ready”, hoor ik Chicho roepen. Honger heb ik niet. Zin om uit mijn tent te kruipen om eten te gaan halen evenmin. Ik sluit mijn ogen en val in slaap.

19 januari 2016: Naar het dak van de Andes

Ik hoor de ritssluiting van mijn tent opengaan en zie een fel licht binnen schijnen. 2016-01-27 10.38.41‘Tijd om op te staan.’ Het is Mariano. ‘In great shape?’, lacht hij. Het is half vier in de ochtend en ik voel me al een stuk beter dan gisteravond. Niet dat ik me nu helemaal fit voel maar de laatste zware beklimming zie ik alvast niet meer tegenop. Ik drink gauw een flinke slok warm water (al de rest is bevroren) om de lichte hoofdpijn waarmee ik nog sukkel weg te werken. Terwijl ik nog enkele energierepen naar binnen werk maak ik mijn rugzak die gelukkig een pak lichter zal zijn dan de voorbije dagen. Water, crampons, ice axe en energierepen. Veel meer hoef ik niet te dragen. De rest kan ik makkelijk in de tent in het kamp achterlaten.

Negen uur klimmen. En dan spreken we nog niet over de lange afdaling die ons te wachten staat. Zoveel tijd hebben we nodig om het hoogste punt van de Aconcagua te bereiken. Nochtans had ik vooraf verwacht dat het een korte summit day zou worden. Zeker gezien het late uur van vertrek en de korte afstand op de topografische kaart. Voor het late uur geeft Mariano als reden dat het anders te koud is om te klimmen. En de afstand? Wel, dat ligt aan het terrein dat we moeten overbruggen. Aconcagua staat bekend als een technisch makkelijke beklimming, maar het laatste steile stuk naar de top is toch vaak bedekt met sneeuw en ijs.

Het is vijf uur wanneer we met een traag tempo aan de klim beginnen. Erg koud is het niet. Een meevaller. Zeker gezien het feit dat ik volgens Mariano en de rest van de groep veel te licht gekleed ben. Iets wat ik zelf tegensprak. Ik klim immers altijd in deze temperaturen met deze lagen kledij. Ook de wind is een heel stuk minder dan verwacht en voelen we amper. Als het geluk ons nu niet meezit, dan weet ik het ook niet meer. Toch is het wachten tot de zon opkomt en de temperaturen iets hoger worden. Al zitten we tegen dan alweer een stuk hoger. De duisternis beperkt ons zicht tot de klimschoenen van de klimmer voor ons.

2016-01-19 11.38.43
Richard bij La Canaleta

Het vroege uur zorgt er echter voor dat we niet zo lang hoeven te wachten op de zonsopgang. De oogverblindende schoonheid van de gele bol die zich boven de bergen hijst zorgt meteen voor een onverwachte stop. Het is een panorama dat ik al meermaals heb mogen aanschouwen in de bergen maar nooit raak je het beu.

Het terrein wordt een pak moeilijker en als we aan een noodbivak aankomen vraagt Mariano ons om onze crampons aan te trekken. Hoe vermoeid ik daadwerkelijk ben wordt me al gauw duidelijk als ik een gevecht lever met mijn crampons om deze op een degelijke manier aan te trekken. De crampons aanspannen, stevig vastmaken, … het kost me allemaal veel energie. Zo veel dat ik af en toe moet uitblazen, leunend tegen de rotsen. Uiteindelijk schiet Bjorn, mijn Duitse teamgenoot me te hulp. Ik check mijn uurwerk en hoogtemeter. Amper in een derde van de beklimming en ik ben doodop. Voor het eerst begin ik te vrezen of ik de top wel haal. Maar al snel overtuig ik mezelf. De top halen doe ik wel, al zal dat veel energie kosten. Maar geraak ik nog beneden? Zonder mezelf antwoord te geven klim ik verder.

Het neemt nog heel wat tijd in beslag vooraleer we de uiteindelijke top van de Aconcagua in zicht krijgen. En daar tussenin, een steil stuk overdekt met sneeuw en ijs. Ondertussen zit het hele team op zijn tandvlees. Inclusief ikzelf. Al een hele tijd. Met ons doel in zicht, zet ik alles op alles en duw ik mijn ice axe telkens diep in de sneeuw vooraleer mezelf op te trekken. Keer op keer. Aan mijn vermoeidheid denk ik niet meer, hoewel ik bezig ben aan de zwaarste inspanning die ik ooit heb moeten leveren. Klimmen op bijna 7000 meter hoogte. Uiteindelijk zie ik een met rotsen bezaaid platform die ik herken van de foto’s die ik nog heb gezien. De summit (13.33u)! Het hoogste punt van Zuid-Amerika is bereikt. De ontlading is groot maar energie om nog hard te juichen heb ik niet meer. Ik geniet van het uitzicht op de Andes bergketen dat we hebben. Mijn tweede berg in de reeks van de Seven Summits is binnen.

2016-01-27 10.39.17
Don en Ryan (USA) op de top

Ik zou nog vaak terugdenken aan het moment waarop ik mijn crampons aantrok. De gedachte die me toen binnenviel dat ik de top wel zou halen maar geen idee zou hebben of ik nog nooit energie zou overhebben om terug beneden te geraken. Nochtans ben je op de top pas in de helft van je expeditie. Nu zat ik hier, op 6962 meter hoogte, op een rotsblok met uitzicht op de imposante South face. Vermoeid. Al werd pas duidelijk wanneer ik terug aan de afdaling begon hoe erg ik in mijn reserves had getast. Mijn concentratie was weg, tot zover ook mijn evenwicht. En alsof dat nog de beklimming nog niet genoeg zou bemoeilijken viel ik te pas en te onpas in slaap. Tijdens het klimmen! Mijn lichaam blokkeerde, had rust nodig. Een van de gidsen besloot dat het beter was om me met een short rope te begeleiden, voor het geval ik mijn evenwicht verloor en de dieperik in tuimelde. Er stond immers nog een steile afdaling te wachten. Het werd het begin van een echte lijdensweg. Met een wel erg traag tempo daalde ik af. Telkens in slaap vallend wanneer ik even mocht pauzeren, waarna de gids me telkens mocht wakker duwen. Hilarisch vonden ze het. Voordien vertelden ze nog hoe niemand te lang op bepaalde plaatsen zoals de Canaleta wou zijn. ‘Too exposed.’, vertelde Mariano. Alleen de gekke Belg viel er telkens in slaap. De afdaling leek langer te duren dan de beklimming zelf en wanneer ik precies terug in basiskamp aan ben gekomen weet ik niet meer. Hoewel de gidsen het vooral vermakelijk vonden trok ik zelf mijn conclusies. Nooit nog gebruik ik al mijn reserves op om de top te bereiken. De top is immers pas halfweg.

Aconcagua: expeditie naar de top van de Andes (Deel III)

Ik word wakker met een barstende hoofdpijn. Zou hoogteziekte me nu toch beginnen parten spelen? Met een nacht te hebben doorgebracht op bijna 6000 meter in een tent zou het niet verwonderlijk zijn dat ik nu langzaam aan de fysieke ongemakken vanop grote hoogte zitten zou beginnen voelen. Maar ik moet nog even volhouden. Nog even doorbijten en dan sta ik op de hoogste berg van Zuid-Amerika.

Naar Camp Canada (4900m, 15 januari 2016)

Na vijf dagen in het Base Camp te zitten afwachten tot we onze beklimming verder 2016-01-22 10.09.51kunnen zetten, is het zover. Even hebben we getwijfeld om een dag vroeger onze beklimming te beginnen door de positieve weersomstandigheden die voorspeld zijn de komende dagen. Gids Mariano koos er toch  voor om het oorspronkelijke schema niet te veranderen, al zit de kans er in dat we op Summit day hierdoor sneeuw te verwerken zullen krijgen naar het einde van de dag toe. Maar we zitten er niet mee in. Voor het eerst hebben we een weather window, enkele dagen waarin het weer goed lijkt te zullen meevallen om de berg te bedwingen.

Mijn rugzak voelt een pak zwaarder aan dan twee dagen geleden toen we een eerste carry naar Camp Canada droegen. Ik tel in mijn hoofd wat er nu allemaal inzit wat het zo zwaar kan maken. Mijn slaapzak, slaapmatje, wat water en een lunchpakket voor onderweg, warme kleren voor hoger op de berg, medicijnen, mijn koplampje, fototoestel en zonnelader… Niets wat nu ook weer zó zwaar is. Gewoon een mindere dag denk ik nog.

Camp Nido de Condores (16 januari, 5250m)

2016-01-19 15.19.02Dat we snel heel wat hoogtemeters zullen maken de komende dagen voelen we vandaag al meteen. Na gisteren te zijn aangekomen in Camp Canada vertrekken we vandaag al weer verder naar het tweede hoogtekamp, Nido de Condores. Vrij vertaald: Condor’s nest. Al hebben we deze dieren nog niet mogen aanschouwen tijdens onze expeditie. Geen carry naar het kamp wat erop neerkomt dat we al onze gear in één keer naar het volgende kamp moeten meesleuren. Voor velen betekent dit zelf een rugzak dragen terwijl hun porter de rest draagt. Voor mij betekent het alles in de rugzak proppen. Gelukkig had ik hiermee rekening gehouden toen ik nog in Plaza de Mulas zat en had ik mezelf voorgehouden om met zo weinig mogelijk naar boven te klimmen. Een totaal gewicht van misschien 15 kg, niet meer dan wat ik gewoon ben tijdens het wandelen van een trektocht. Een groot verschil met Bjorn, ons Duitse teamlid bijvoorbeeld, die vandaag dan maar ineens 22kg naar boven moet sleuren.

Zigzaggend kropen we als een stel mieren naar boven. Zoals gewoonlijk was Bjorn opnieuw als laatste vertrokken en had hij heel wat moeite met het gewicht van zijn rugzak. Wanneer hij ons inhaalt als we op enkele rotsblokken zitten te rusten, stelt hij voor dat hij op eigen tempo verdergaat. “Om er snel vanaf te zijn.”, zo zegt hij zelf. We zien hem echter niet meer terug voor we Nido de Condores bereiken, een grote vlakte op 5250 meter hoogte. Gelukkig is het weer goed en is er weinig wind. Zo kunnen we met een gerust hart onze tent opzetten.

Carry Nido de Condores – Camp Cholera (17 januari, 5900m)

We zitten met een klein weather window, twee dagen waarop het weer wat beter zal 2016-01-17 13.46.58zijn en we onze kansen op de top te halen fors zien stijgen. Het geluk zit ons mee. Zeker als we van andere klimmers de verhalen van hun gefaalde pogingen mogen aanhoren. Tenten die worden weggeblazen, bittere kou,… Niets waarvan we zelf tot nog toe iets hebben moeten ervaren. Al is bittere kou een relatief begrip. Zo loop ik nog steeds in een fleece trui rond terwijl de rest van mijn groep al sinds Plaza de Mulas met een dubbel gevoerde jas rondloopt alsof ze op de hoogste regionen van Everest zitten.

De twee dagen met goed weer vormen vandaag opnieuw een dilemma waarbij de groep in meningen verschilt. Vandaag een carry naar camp Cholera op de planning zetten of opnieuw ineens verhuizen en op safe spelen. Al betekent dit opnieuw een zware dag wat gewicht betreft. Hoewel ik enkele dagen terug nog opteerde voor een snellere beklimming en op safe te spelen qua weer, ben ik ondertussen van mening veranderd. Na een moeilijke nachtbegin ik de effecten van de hoogte (of gewoon de vermoeidheid en uitdroging) te voelen. Hevige hoofdpijn vormt een deel van mijn ochtendritueel en mijn gear in twee keer naar het laatste hoogtekamp kunnen dragen lijkt me een betere optie. Uiteindelijk denkt de merendeel van de groep, inclusief de gids, er ook zo over. Met de wetenschap dat we vanavond nogmaals op dezelfde hoogte slapen beginnen we aan de drie uur durende tocht naar boven.

Naar Camp Cholera (5900m)

2016-01-17 12.43.07Slapen op de hoogte van de top van de Kilimanjaro. En dat in mijn tent. Toen ik vier jaar geleden de hoogste top van Afrika bedwong had ik me nooit kunnen inbeelden dat ik vier jaar later op die hoogte ook nog een nacht zou doorbrengen. Stiekem keek ik er ook naar uit. De route zou dezelfde zijn als die dat we gisteren hebben afgelegd terwijl we ons klimmateriaal in Camp Cholera al zouden achterlaten. Opnieuw zigzaggen naar boven terwijl we het vorige kamp achter ons laten en steeds meer uit het zicht verliezen. Enkel het laatste stuk is ietwat technischer maar daar helpen fixed ropes ons wat om de laatste hoogtemeters te overwinnen naar het derde en laatste kamp. De naam belooft niet veel goeds en in slechte weersomstandigheden op deze plaats verblijven zou je ook wensen dat je de ziekte had in plaats van daar te zitten. Maar zover komt het niet bij ons. Hoewel mijn hoofdpijn overdag niet meer betert tel ik de dagen af naar summit day. Iets wat nu toch wel heel erg dichtbij komt. De volgende nacht zouden we immers om 5u  vertrekken richting de top. Een laat uur in vergelijking met veel andere bergexpedities. ‘Zo vermijden we de ergste kou.’, zo stelt Mariano. Maar eens aangekomen op Camp Cholera wil ik nog niet denken aan wat me morgen te wachten staat. De hike heeft me volledig uitgeput en met een barstende hoofdpijn kruip ik in mijn tent, het avondmaal overslaand.