Naar Wonderland: Crystal Cave verkennen in Belize

Ik veronderstel dat dit de reden is waarom ze het een regenwoud noemen. Het is sinds ons vertrek in San Ignacio nog niet gestopt met regenen. Toen we de Hummingbird Highway opreden richting Blue Hole NP, werd het nog een stuk erger en viel het met bakken uit de lucht. En het is nog niet eens het regenseizoen.

Het is niet dat we kunnen zeggen dat het de voorbije dagen beter is geweest. De schoenen die ik draag zijn nog steeds vochtig en hangen vol slijk van ons bezoek aan de ruines van Cahal Pech gisteren.  We staan op de parking van het Blue Hole National Park in Belize, zo’n twintig kilometer ten zuiden van de hoofdstad Belmopan. Voor het eerst trekken we de jungle in. Richting een avontuur waar ik misschien wel het meest naar uit keek: Crystal Cave verkennen, misschien wel de zwaarste dagtocht vanuit San Ignacio.

Door het regenwoud

Een wandeling van zo’n 45 minuten. Dat is wat ons wacht vooraleer we aan de ingang van de grot geraken. ‘Ik schat de moeilijkheid van de tocht zo’n acht op tien.’, vertelt Marcos, een gids met Maya afkomst. We laten de inschatting van Marcos ons niet intimideren en leggen onze rugzak in de koffer van de wagen. Ik neem nog snel mijn drinkfles en GoPro uit wanneer Marcos met zijn armen zwaait om te vertrekken. Heel even lijkt de trail nog mee te vallen, maar na zo’n vijftig meter loopt het stenen paadje over in een echte modderpoel. In de jungle is vasthouden aan de takken en bomen geen optie. Je weet nooit welk dier er op de achterkant van de stam zit, of welk gevaarlijk insect zich zo gecamoufleerd heeft dat je hem niet had gezien. En dan houden we nog geen rekening met Poisonwood, een giftige boomsoort die hier groeit waarbij aanraking van de schors genoeg is om je ziek te maken.

Centipede, Belize

Small but deadly animals

De tocht wordt dan ook geen demonstratie van mijn Tarzanachtige vaardigheden om van liaan naar liaan te slingeren om me recht te houden op het slibberige pad. Met de benen vaak wijd uitschuivend is mijn techniek beter te omschrijven als een stuntelige balletdanser. Modder, gladde stenen en half onder de grond verscholen wortels. Genoeg obstakels om een val te veroorzaken die leidt tot een modderbad. Zeker als we nog wat hoogtemeters moeten overwinnen. Dat ik niet overdrijf, wordt duidelijk als Linsay als eerste op haar achterwerk valt.

Afdalen in de Maya onderwereld Xibalba

Uiteindelijk slaag ik er zelf in om de ingang van Crystal Cave te bereiken zonder te vallen. Al is daar door het vele slijk aan mijn broekspijpen niet veel van te merken. Grotten zoals Crystal Cave werden door de Maya’s wel eens Xibalba genoemd. Letterlijk vertaald betekent dit ‘plaats van angst’ of ‘rijk der schaduwen’. Geen uitnodigende term, maar deze onderwereld werd dan ook gebruikt voor rituelen en menselijke offers. Voor zover we op de hoogte zijn van Marcos’ zijn plannen, staat dit niet op de planning de dag.

DSCF2355

Om Crystal Cave te verkennen, moeten we eerst zo’n vijf meter abseilen in het donkere gat. Marcos zet een systeem op en daalt als eerste af. Ik volg en kort daarna is het de beurt aan Linsay. Het zonlicht bereikt amper het begin van de grot en dus leggen we al snel onze koplampjes aan en dalen we verder de grot af. Wie dacht dat dit het moeilijkste gedeelte zou worden, heeft verkeerd gedacht. In zijn vrije tijd gaat Marcos vaak zelf nieuwe grotten verkennen, en hij is van plan om ons dezelfde ervaring te bezorgen. Niet veel later komen we al een eerste Maya site tegen. Restanten van potten en een vuurplaats zijn makkelijk te herkennen, ondanks dat het enkel opgelicht wordt door het licht van onze lamp. Crystal Cave ligt er dan ook vol van.

Waar het me vooral om draaide bij het ontdekken van de grotten van Belize was de ervaring om eens echt aan speleologie te doen. Smalle gangen en spleten waar je je tussen moet wurmen. Diep onder de grond, terwijl enkel het licht van je koplamp de weg voor je verlicht. Claustrofobisch worden zou je voor minder. Dat was dan ook de grootste angst van Linsay voor dat we aan dit avontuur begonnen. Je door een kleine gang moeten murwen en dan plots een angstaanval krijgen. Gelukkig houdt ze zich erg kranig. Zelf geniet ik van de adrenalineboost die je krijgt wanneer je onder een laag plafond verder kruipt om uit te komen in een grotere hal. Het verkennen van de innerlijke krochten van de aarde heeft dan ook veel weg van het beklimmen van een berg, zo vind ik zelf. Meer dan eens klauteren we van de ene stalagtiet naar de andere. Het enige verschil is dat we hier naar beneden klauteren.

 

 

Wonderland

We zijn al bijna twee uur Crystal Cave aan het verkennen als we in een grote hal aankomen. ‘Tot nu toe lijkt alles wel goed te gaan met jullie.’, begint Marcos. ‘Willen jullie het nog iets avontuurlijker?’ We knikken. Hij wijst naar een smalle opening boven. ‘Daarachter ligt Wonderland.’, begint hij. Een moeilijker stuk waarbij wat meer klauterwerk is vereist.’ Slechts één op de tien groepen waagt zich er aan, afhankelijk van de capaciteiten van de groep.’ We zijn al zo diep in het konijnenhol gevallen, dat we nu wel verder kunnen tot Wonderland, denk ik bij mezelf..

Crystal Cave, Belize

Entering Wonderland

We doen onze schoenen en kousen uit en stappen richting het beginpunt van Wonderland. Met mijn blote tenen tast ik het gladde oppervlak van de grond af. Op de een of andere manier voelt dit zelfs beter aan dan met schoenen. Ik trek me op aan een gladde uitstekende rots om bij de ingang te komen van de gang die naar Wonderland leidt, zo’n meter boven de grond. Ondertussen bevinden we ons zo’n 180 meter onder de grond. Het licht van onze koplamp doet verschillende rotsformaties glinsteren vooraleer de duisternis het licht absorbeert. Terecht wordt deze plaats die door slechts een aantal mensen per dag wordt bereikt ‘Wonderland’ genoemd.

Crystal Cave, Belize

Having a rest

Terug naar het zonlicht

180 meter naar beneden klauteren over gladde rotsen en kruipend onder lage richels is een zware fysieke inspanning. Dezelfde weg terug naar boven afleggen is dat nog een stuk meer. Met evenveel voorzichtigheid werken we ons voorbij de vele spleten en rotsblokken die soms groter zijn dan een auto. Onze armen en benen beginnen ondertussen flink vermoeid aan te voelen, maar lang uitrusten diep onder de grond zit er niet in. Ook Linsay wil zo snel mogelijk terug naar boven, want stilletjesaan krijgt ze het benauwd en begint de claustrofobie op te spelen. Als we na vele uren terug de eerste zonnestralen zien, wacht ons nog een laatste steile en erg gladde wand om te overwinnen vooraleer we via het touw terug naar buiten klauteren. Na zes uur in de duisternis te hebben doorgebracht, werkt het zonlicht verblindend. Ondanks dat het deels bewolkt is en we nog steeds onder het dichte gebladerte van de jungle zitten. Van onze tenen tot achter onze oren hangen we vol slijk en onze vermoeide benen en armen voelen we zeker nog tot morgenvroeg, maar de ontdekking van een nieuwe donkere (onder)wereld is er eentje die we niet meer zullen vergeten.

20180202_015206

After six hours of caving: Sunlight!

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: