Hoe we een ontmoeting met de ijsbeer overleefden

En hebben jullie een ijsbeer gezien? Het is waarschijnlijk de meest gestelde vraag sinds we terug zijn van onze kajakexpeditie in Spitsbergen. Wanneer we voorzichtig knikken en vertellen dat we een moeder en haar twee jongen van wel erg dichtbij hebben gespot, wordt de nieuwsgierigheid enkel maar groter. Onze ontmoeting met een van ’s werelds gevaarlijkste roofdieren is dan ook een erg leuk verhaal om te vertellen. Zo leuk dat we er een apart reisverhaal over schrijven.

Mijn eerste ijsbeer spotte ik al tijdens mijn zeilexpeditie in Spitsbergen, enkele dagen voorafgaand aan Linsay’s aankomst in Longyearbyen. Je kan wel gaan inbeelden hoe jaloers ze wel niet was als ik haar vertelde dat ik niet alleen walvissen, rendieren, poolvossen, walrussen en zeehonden had gezien, maar nu ook nog eens de ijsbeer, een van de moeilijkst te spotten wilde dieren in Spitsbergen. Toegegeven, de ijsbeer spotten op een rotsachtig schiereiland voor de Nordenskioldgletsjer was puur geluk, op een moment dat we het niet meer hadden verwacht en vanaf een ruime afstand waardoor we een verrekijker nodig hadden om hem echt goed te zien. Toch lag voor mij de druk hoog tijdens onze kajakexpeditie. Dat het een zware onderneming zou worden door de ijsberenwacht stond vast. Ik moest nu ook nog zorgen dat de grote beloning van het spotten van wildlife daar tegenover zou staan. Niet alleen beluga’s, zeehonden, walvissen, rendieren en poolvossen, maar het liefst ook nog eens een ijsbeer. De eerste vijf kwamen gelukkig al snel in orde, en hoe! Maar die ijsbeer, nee die zagen we niet. Of toch?

Gespotte ijsbeer tijdens mijn zeilexpeditie

Pootafdruk

We waren op de terugkeer van Pyramiden, een oude verlaten Russische mijnstad in het Billefjorden, waar we er een laatavond sessie urban exploring hadden opzitten. We hadden uren rondgedwaald in de verlaten gebouwen van wat ooit een van Spitsbergen’s meest bloeiende steden was. Bij momenten stroomde de adrenaline gewoon door ons lijf. Niet alleen omdat we ons begaven in gebouwen die hun beste tijd wel hadden gehad, in het pikdonker dan nog, maar vooral omdat achter iedere hoek wel een slapende ijsbeer kon liggen. De oversized witte knuffelberen gebruikten de donkere plaatsen van de verlaten gebouwen maar al te graag als een plaats om even te snoozen. Dat we met een klein zaklampje slechts een paar meter voor ons uit zicht hadden, maakte het dus wel erg spannend. Toch kwam onze eerste contact met een ijsbeer pas twee dagen later, als we aan wal gingen bij Kapp Ekholm om onze tent te plaatsen.

‘Linsay, kijk eens.’

Ik wijs naar een afdruk op de grond. De omvang ervan laat geen twijfel toe dat het om de pootafdruk van een ijsbeer gaat. Zijn vijf tenen en vlijmscherpe nagels zijn duidelijk herkenbaar en als we verder kijken zien we dat er een heel spoor loopt.

 ‘Ik denk dat we hier beter onze tent niet zetten.’ , zegt Linsay.

 Ik antwoord niet en stel voor om het spoor even te volgen, om te weten komen welke richting hij is uitgegaan. Al snel zien we dat hij langs de kust verder wandelt in onze peddelrichting.

‘Ik denk dat het veiliger is om hier te blijven.’, spreek ik tegen.

Om een indruk te krijgen van hoe oud de pootafdruk is, stel ik voor om te vergelijken met mijn eigen voetafdrukken wat verderop, gezien ik twee dagen geleden aan een nabijgelegen stroom nog water ben komen halen. Het duurt niet lang vooraleer ik mijn eigen stappen van twee dagen geleden terug vind zo’n honderd meter verderop. De vergelijking zou makkelijker worden dan gedacht. Dezelfde immense pootafdruk heeft die van mij gewoon weggeveegd. ‘De ijsbeer is hier minder dan 36 uur geleden gepasseerd.’

Pootafdruk van de ijsbeer

Ontmoeting met moeder ijsbeer en haar twee jongen

Dat we geen ijsbeer hebben gezien tijdens onze vorige nacht aan Kapp Ekholm, deert Linsay niet zo. Het is tot nu toe een ongelooflijke reis geweest qua wildlife spotten en de indruk die de pootafdruk heeft nagelaten op ons is enorm. En toegegeven, na negen dagen peddelen en de ijsbeerwacht houden, heeft de vermoeidheid de bovenhand genomen. We waren dan ook erg opgelucht dat we de volgende nacht geen wacht moesten houden en konden uitslapen in een verlaten hutje aan het begin van het Billefjorden. De locatie wisten we maar al te goed, gezien we tijdens onze heenreis naar Pyramiden er al een nacht hadden gespendeerd. Zestien (!) uur slaap later was het tijd voor onze oversteek naar het Sassenfjord, om dan de volgende dag in Longyearbyen terug aan te komen.

Onze routine van vertrek eindigde met het doen van de afwas, aan de oevers van het water. Het was tegelijk het ideale moment om te beslissen of we de moeilijke oversteek wilden aanvatten of uitstellen. Een opkomende wind deed Linsay twijfelen, terwijl ik zelf een aankomende blauwe hemel als een goed teken zag om de twaalf kilometer lange oversteek te beginnen.

‘Ik wil écht wachten tot de wind nog wat gezakt is.’, benadrukt Linsay nog eens extra. ‘Waarom kunnen we niet gewoon nog even wachten?.’ De vermoeidheid (ondanks de zestien uur slaap) van de voorbije tien dagen en de bijhorende prikkelbaarheid, geeft de aanzet tot een beginnende discussie, maar nog voor deze een hoogtepunt kan bereiken verandert de blik op mijn gezicht.

DSCF2274
Ijsbeer valt ons kamp binnen

‘Ijsbeer.’, fluister ik Linsay toe, terwijl ik over haar rechterschouder een ijsbeer zie slenteren op zo’n zeventig meter afstand. Nog voor de woorden volledig over mijn lippen zijn gegaan, voeg ik er met een geschrokken toon aan toe: ‘Drie ijsberen.’

Ik haal de flarepen uit mijn zakken en vraag Linsay waar ons geweer is. Terwijl Linsay het geweer bij de hand neemt en ik de flare op de pen draai om de ijsbeer af te schrikken als deze op ons af zou komen, wordt al snel duidelijk dat de drie ijsberen niet meteen interesse in ons vertonen, maar richting onze hut slenteren. ‘We zijn slordig geweest. Onze bagage en wat eten ligt gewoon voor de hut.’ Daarnaast staat onze hut nog eens wagenwijd open ook. ‘Dat zijn we allemaal kwijt vrees ik.’ Enkele tellen later steekt moeder ijsbeer haar snuit al in onze paarse tas en slingert ze het de lucht in. Ondertussen hebben we de situatie al goed kunnen inschatten en besluiten we op onze plaats bij het water te blijven staan. Mocht de ijsbeer toch een plotse interesse in ons vertonen, dan hebben we tenminste een vluchtroute. Dat leek ons beter dan in een grote omweg landinwaarts te wandelen.

DSCF2343
Op het water leek ons de veiligste oplossing

Ruim een halfuur zien we moeder ijsbeer met haar twee jongen zorgvuldig onze drybags uitpluizen, afgaande op de geuren van het eten dat er ooit heeft ingezeten. Tot onze verbazing slaagt ze er in om haar fors lijf door de kleine deuropening van het hutje te wringen. Al blijven haar achterste poten rotsvast voor de deuropening staan. Het wordt duidelijk dat de kleine hoeveelheid aan eten dat er te rapen viel, stilletjes aan op raakt. ‘Maar wat er na?’, vragen we ons af. We besluiten het antwoord niet af te wachten en voorzichtig duwen we onze kajaks het water in. De tijd om onze drysuits aan te trekken nemen we niet. Hiermee gelijken we misschien net iets te veel op een zeehond, weet je wel? Enkele tellen later zitten we in onze kajak op een ruime afstand van de oever. Veiliger, zo denken we, want ondanks het feit dat ijsberen uitstekende zwemmers zijn, lijkt ons de kans dat moeder ijsbeer haar jongen zal achterlaten om ons te achtervolgen in het water erg klein. Onze beslissing lijkt de juiste, want na nog eens een half uur te hebben rondgedobberd op het ijskoude water, zien we de ijsbeer naar de oever slenteren, richting onze net afgewassen kookpotten en de plaats waar we net nog stonden. Duidelijk merkend dat er niets meer te rapen valt, gooit ze nog een laatste blik naar ons en zet ze haar tocht langs de rotsachtige oever verder. Haar twee jongen hollen haar achterna. Een echte confrontatie hebben we kunnen vermijden. Gelukkig. Niet alleen omdat we zouden moeten vrezen voor ons leven, maar vooral omdat we hen zelf hun gang hebben kunnen laten gaan. Een dode ijsbeer is het laatste wat we wilden achterlaten tijdens onze reis in Spitsbergen. En al zeker niet de moeder van twee jongen.

Advertenties

Een gedachte over “Hoe we een ontmoeting met de ijsbeer overleefden”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s