Tagarchief: chamonix

Walkers Haute Route – Chamonix naar Zermatt

Chamonix naar Zermatt. Of hiken van de Mont Blanc tot de Matterhorn, twee van de beroemdste pieken in een gebergte waar Frankrijk, Zwitserland en Italië samenkomen: De Alpen. (Augustus – September 2014)

Het is al meer dan een jaar geleden dat ik boven op de top van de Mont Blanc stond. Ik herinner me nog dat Ruben en ik een paar dagen voor onze summit bid eveneens de kabellift naar de Aguille du Midi hadden genomen om de top van de Mont Blanc van dichtbij te zien. Nu stonden we met z’n drieën te poseren op dezelfde plaats, met het bergmassief die de Chamonixvallei domineert in de achtergrond. Het voelde als een déjà-vu om met Linsay en Tijs door Chamonix te wandelen. Vorig jaar vertoefde ik hier een maand alleen in afwachting van de beklimming van de hoogste piek. Deze keer was het doel anders: van de Mont Blanc tot de Matterhorn hiken doorheen de Franse en Zwitserse Alpen, met een rugzak van zowat 15 kg.

DSC01324
Chamonix

Hoger dan Everest

De Walkers Haute Route is een alternatieve route voor een bergtocht die Chamonix met Zermatt verbindt. Met hoogtes tot net geen 3000 meter toch nog hoog genoeg om van de mooiste panorama’s en beroemdste vierduizenders van de Alpen te genieten. Strikt gezien gaat het zelfs om een huttentocht van een kleine 200 kilometer waar je ofwel gebruikt maakt van hotels in de valleien of berghutten wanneer je eindpunt van de dag zich in de bergen bevindt. In totaal worden er 11 cols overwonnen en zo’n 12000 hoogtemeters overwonnen. Dat is maar liefst anderhalf keer de hoogte van Mount Everest. De Walkers Haute Route mag dan wel beginnen op Frans grondgebied, toch steken we via Col de Balme op het einde van de Chamonix-vallei al snel de Zwitserse grens over. Het betekent evenzeer het definitief achter ons laten van het Mont Blanc massief.

DSC01427

Het weer in de bergen

Het is midden in de nacht als Linsay en ik wakker worden door een bulderend lawaai. Hevige windstoten doen onze tent wapperen alsof hij elk moment de lucht in kan gaan. “Het is de föhn, denk ik.”, fluister ik haar toe en luister naar de windvlagen die vanuit de bergen naar onze slaapplaats lijken te waaien. Slapen met dit lawaai lijkt toch niet meer te lukken, dus luisteren we vol spanning hoe de wind door de bergpassen giert. Met het slechte weer dat ze vanaf vannacht hebben voorspeld, zijn we al blij dat het enkel bij de hevige wind blijft. Onze tent bleek bij eerdere kampeertripjes immers niet altijd waterbestendig te blijven bij hevige regenbuien. Om vier uur in de ochtend komt echter het worst case scenario uit. Hevige regen zorgt ervoor dat de tent doorweekt wordt, ondanks de extra poncho die we op de tent hadden bevestigd.

DSC01518
Grand Combin

Tegen de ochtend is het nog steeds niet gestopt met regenen. Ondanks het blijven uitstellen, zat er dan ook niets anders op dan in de gietende regen alles op te kramen. Met twee mogelijke routes – eentje over de Fenêtre d’Arpette, een hoge bergpas naast een gletsjer en de andere via de bossen – is het kiezen welke de veiligste en beste optie is om te wandelen. Al snel besluiten we te gaan voor de modderige paden doorheen de bossen via Alp Bovine, een klein alpenhutje gelegen in een al even modderige alpenweide en omsingeld door koeien. Tot over onze enkels in de modder ploeterend en de loslopende nieuwsgierige Zwitserse koeien met hun typische bel ontwijkend houden we hier even halt.

Peer pressure

‘Volgende nacht slaap ik in een warm bed in een hotel.’, aldus Tijs nadat onze situatie nog een stuk erger werd. Door de hevige regen waren kleine watervallen, grote watervallen geworden. Stroompjes die je anders makkelijk kon oversteken werden nu serieuze uitdagingen. Als we bij de eerste waterval een sterke stroming van minstens drie meter breed moesten oversteken was het zoeken naar een veilige manier om de overkant te bereiken. Met onze trekking poles zochten we naar de grootste stenen. Wankelend zochten we naar de balans die we dreigden te verliezen door de sterke stroming. Eén keer uitglijden betekende een hevige val of erger: een val in de dieperik. Uiteindelijk moesten we vier keer een dergelijke waterval oversteken vandaag. Met het water sijpelend uit onze wandelschoenen komen we uiteindelijk aan in Champex-Lac. ‘Daar is een hotelletje.’, glundert Tijs. Linsay en ikzelf wisselen een korte blik uit. We hadden ervoor gekozen om de volledige tocht met een tent af te leggen en no way dat we dit al na amper drie dagen zouden opgeven. Al verraadt de blik in Linsay haar ogen, dat ook zij nu heel even twijfelt om de nacht in een warm bed door te brengen. Zeker nu het nog steeds geen minuut was gestopt met regenen. Tijs had al de hele dag geopperd voor een goedkope overnachting in een jeugdherberg, zodat alles grondig kon drogen (en vooral door het feit dat hij niet graag in een tent slaapt). ‘Ik heb er geen probleem mee als je de nacht doorbrengt in een jeugdherberg…’, begin ik. ‘maar zelf ga ik mijn tent op de camping plaatsen.’ Om niet als een watje over te komen, besluit Tijs – tegen zijn zin – om ook de nacht op de camping door te brengen.

DSC01538
Cabane de Mont Fort

De Grand Combin

De komende dagen verlaten we de charmante valleien die het begin van onze tocht hebben getypeerd. Als volleerde ibexen zouden we nu hoogtemeters verslinden en dieper de bergen in trekken. Onze eindbestemming voor de komende twee dagen zijn dan ook telkens hooggelegen berghutten. Met andere woorden: heel wat klimwerk voor de boeg. Met een gezapig tempo hiken we richting Cabane de Mont Fort, een eerste berghut. Wanneer we boven de boomgrens uitkomen kijken we uit op een panorama dat niet snel zal gaan vervelen. De Grand Combin, een groot besneeuwd bergmassief is een van de grote landschapskenmerken die we tijdens onze trektocht zouden aanschouwen.

DSC01540
Sentier de Chamois

Slapen op grotere hoogtes is niet voor iedereen weggelegd. Niet alleen is de lucht al een stuk ijler, maar ook de temperaturen zijn een pak lager. Voor het eerst sliepen we boven de 2000 meter, in de nabijheid van Cabane de Mont Fort. Dat betekende, om het zacht uit te drukken, een frisse nacht. Slapen in de tent in plaats van een verwarmde berghut zorgde dan ook dat we dat temperatuurverschil hebben gevoeld. De koude nacht leek reden genoeg voor Tijs om een nieuwe poging te ondernemen om ons te overtuigen de volgende nacht wél in de berghut te slapen. Een beslissing die Linsay en ikzelf nog even afwimpelden. Via het Sentier des Chamois, de zwaarste optie voor vandaag met drie cols hopen we vandaag vooral voor het eerst ibex en chamois te zien. We volgen het smalle bergpad terwijl we nog steeds genieten van het zicht op de Grand Combin met zijn meerdere pieken boven de 4000 meter. Ondanks het feit dat we vanavond opnieuw in de buurt van een berghut zouden eindigen, hebben we opnieuw heel wat hoogtemeters te overbruggen. Gelukkig spotten we af en toe eens wat wildlife om de pijnlijke kuiten even te vergeten.

DSC01569

De volledige weg tot aan Col Termin had bij het mooiste geweest tot nog toe. Voor die reden alleen al waren we blij dat we niet de kortere alternatieve route naar Col de Louvie hadden genomen. Vanaf Col Termin daalden we lichtjes af, terwijl we Lac de Louvie in de diepte zagen liggen. Na enkele uren stevig geklommen te hebben, een tweede rotslawine te hebben gekruist, waren we op de tweede col van de dag. Deze was ongetwijfeld een pak zwaarder dan de vorige en alles wees erop dat met nog een col in het vooruitzicht dit wel eens de zwaarste etappe van de hike naar Zermatt kon worden. Veel tijd om te rusten was er niet. Niet alleen omdat er op de col simpelweg niets was, maar ook om goed op schema te blijven. De vroege start was er niet enkel om uit het zicht te blijven tijdens het wildkamperen maar ook omwille van de weersvoorspellingen. Op de hoogte waar wij zaten was er immers slecht weer en bijgevolg weinig zichtbaarheid uitgegeven. Dit samen met de slechte wegaanduidingen die er zouden zijn na Col de Louvie kon betekenen dat we zouden verdwalen en dus zouden moeten terugkeren. Gezien de route die we moesten afleggen doorheen de bergen, was de kans om  een slaapplek te vinden onderweg quasi onbestaande.

DSCF1569
Uitzicht vanaf Cabane de Dix

Pas de Chèvres

Nadat we de volgende ochtend langs het uitgestrekt Lac de Dix wandelden, hadden we opnieuw de keuze tussen twee verschillende routes: via Col Riedmatten of Pas de Chèvres. De keuze voor deze laatste was al maanden geleden gemaakt. Al was het maar omdat we de passage via de laddertjes zagen als een van de hoogtepunten van de Haute Route. Na een korte stop bij Cabane de Dix, steken we de gletsjer onder de berghut.

Op de col heb je op een heldere dag voor de eerste keer zicht op de piramidevormige piek van de Matterhorn. Bewolking verknalde dit panorama voor ons. Vanaf de Pas de Chèvres daalden we snel af richting Arolla. De alpenstad die ook op het parcours van de Tour of the Matterhorn ligt, was de eerste stad sinds Le Châble dat we tegenkwamen.

DSCF1616
De laddertjes van Pas de Chèvres

 

Het waren drie zware dagen geweest, waarin we elk een dip hadden gehad. De voorbije dagen als last dragend was Arolla als een oase in een woestijn. Een droom, een fata morgana in gedachten maar toch reëel. Het klimmen naar Cabane de Dix, het oversteken van Glacier de Cheilon en de ladder van de Pas des Chèvres. Het waren als zandkorrels tijdens onze woestijntocht. Zandkorrels  maar met de grootte van reusachtige boulders en bergketens. Hindernissen op ons pad. Arolla betekende de helft van de hike naar Zermatt. Op een of andere manier voelde het aan alsof het zwaarste voorbij was.

DSC01665

De Europaweg

De dagen volgend na Arolla begonnen we steeds meer te af te tellen naar de Europaweg, een bergroute die een alternatief bood voor de ‘saaiere’ valleiwandeling naar Zermatt.

De wandelaar is bijna constant blootgesteld aan de diepte en moet meer dan eens gevaarlijke passages berucht door steenlawines of andere gevaren, doorkruisen. De onstabiele toestand van de Europaweg moet niet onderschat worden maar de fantastische panorama’s lonen erg de moeite.

De passage in ons gidsboek hadden we meer dan eens gelezen. Toch hadden we nooit getwijfeld om onze hike van Chamonix naar Zermatt af te sluiten met de Europaweg. Dat veranderde niet toen we ‘s ochtends vroeg wakker werden in Gasenried en opmerkten dat het opnieuw regende. De regenval mocht dan niet zo erg zijn als op dag drie, het zorgde ervoor dat we door de bewolking geen panorama’s konden aanschouwen.

 

DSC01745
Jungen

Grote rotsblokken en los grind zorgde ervoor dat we geconcentreerder naar het pad voor ons keken. Dat versterkte nog toen we enkele waarschuwingsborden tegenkwamen. ‘Warning, cross this area quickly.’ De borden vestigden de aandacht op een grote steenlawine die we moest oversteken. De steenlawine, de Grosse Graben combe, stond nog steeds bekend voor het naar beneden vallen van gesteentes. Vanaf dat punt werd de Europaweg er niet beter op. Steenlawines werden afgewisseld door paden in slechte toestand die we met behulp van ‘fixed ropes’ moesten passeren. Het voortdurend opletten van waar je je voeten moest zetten en de zware rugzak zorgde voor een nog snellere vermoeidheid. Vermoeidheid die je op een route als vandaag best kon missen om geen levensbedreigende fouten te maken.

DSCF1783
De Europaweg

Het was inmiddels zes uur geleden dat we vanuit Gasenried vertrokken waren. Hoe ver zou de Europahut nu nog zijn? Het springen van rotsblok naar rotsblok en het zoeken naar het juiste pad doorheen een steenlawine was tijdrovend geweest. Na het passeren van een smalle richel zagen we een wankele suspension bridge in de mist. En daarachter… eindelijk de Europahut. ‘Max 4 personen. Niet schommelen.’ De brug zag er verre van stevig uit en in het achterhoofd houdend wat er met de andere brug gebeurd is vonden we het beste idee om één per één over te steken. Een tiental minuten en een paar selfies later stonden we bij de Europahut.

“Wat is het plan nu?”, vroeg Tijs sippend van zijn cola. We hadden net een gedetailleerde uitleg van de omleiding bekeken. De nieuwe, zogezegd stevigere suspension bridge die beschreven stond in de gids als ‘veel betrouwbaarder dan de vorige’, had het vorig jaar begeven en ligt naast de oude in de afgrond. Door de onstabiele natuur van de rotsen in de buurt hebben ze besloten geen nieuwe brug meer te maken. Het gevolg voor ons was dat we een omleiding van vijf uur extra moesten maken richting Zermatt. “Dat betekent twaalf uur in plaats van zeven.”, zucht Linsay. We waren het erover eens dat dit teveel was voor een laatste wandeldag. Mijn ideale laatste dag was een korte wandelafstand zodat we nog genoeg tijd hadden om Zermatt te bezoeken vooraleer huiswaarts te keren. Met de omleiding bleek dat onmogelijk. “Tenzij..”, stelde ik voor. “.. we vandaag nog een heel stuk afwandelen.” “Of gewoon naar de vallei afdalen en van daaruit verder wandelen.”, zei Tijs die geen zin meer leek te hebben in de hike. “Dan zijn we vanavond nog in Zermatt en slapen we in een warm bed op hotel.” Afdalen naar de vallei betekende een saai laatste stuk naar Zermatt, doorheen een bouwwerf. Iets wat we kost wat kost wilden vermijden. Uiteindelijk kozen we, ondanks de heuse tegenstand van Tijs, voor de omweg van vijf uur vandaag nog om te leggen.

DSCF1484
Walkers Haute Route – een trektocht met veel hoogtepunten

 

Met nog geen eindbestemming voor de dag in gedachten werd het onderweg nog brainstormen. Naar de vallei en morgen terug omhoog of ineens naar Täschalp die nog zeven uur verder lag dan de Europahut. Halfweg de afdaling werd beslissen noodzakelijk. Een nieuwe versperring zorgde ervoor dat we in snel overleg ervoor kozen om ineens naar Täschalp te trekken. “Doe je rugzak af.”, zegt Tijs tegen Linsay en hij begint vanalles te versteken. “Als we nog voor het donker in Täschalp willen raken, dan zullen we aan een hoog tempo moeten klimmen.” Het alpendorpje lag opnieuw boven de 2000 meter, en na de afdaling vanaf Europahut betekende dit dat we opnieuw heel wat hoogtemeters omhoog moesten. Linsay had de laatste dagen meer en meer moeite met klimmen en na een zware dag als vandaag zou het veel te lang duren vooraleer we Täschalp bereikten. Nadat we al het zwaarste uit Linsay haar rugzak bij Tijs en ikzelf hadden gestopt, startten we aan een stevig tempo te wandelen. De rugzak was veel zwaarder dan de voorbije twee weken maar het was de enige manier.

Zermatt én de Matterhorn

De Matterhorn was ons doel sinds we de eerste stappen uit de Chamonix-vallei zetten. Op sommige momenten tijdens onze twee weken durende hike waren er mogelijkheden om een glimp van de piramidevormige berg op te vangen. Bewolking stak er telkens een stokje voor, alsof de climax uitgesteld moest worden. De Matterhorn, één van de meest beroemde en gefotografeerde bergen ter wereld, was onze eindbestemming voor vandaag.

DSCF1788
Suspension Bridge, net voor de Europahut

In een vrolijke stemming lieten we Täschalp achter ons. Met een korte wandeling van zo’n drie uur op het programma waren we dichter dan ooit bij Zermatt. Het plan was om via een hoge aangegeven route doorheen de vallei naar Zermatt te wandelen. Zo bleven we hoog tot we Zermatt via een ‘achterpoortje’ binnen zouden wandelen. Hoog wandelen betekende niet alleen vermijden van de saaie laatste kilometers naar Zermatt langs een treinspoor en bouwwerf maar ook uitzichtpunten passeren waar de Matterhorn hoog boven de vallei uitstak. Onze vrolijke stemming werd al gauw gekelderd toen er voor de zoveelste keer een wegomlegging aangeduid stond op de Europaweg. Opnieuw was een stuk van de bergroute te onstabiel om te gebruiken.

Na zorgvuldig de kaart te hebben bekeken en de opties te hebben overlopen bleef er maar één optie over om Zermatt te bereiken: afdalen naar de vallei en via de traditionele Walkers Haute Route naar Zermatt wandelen. “Alle moeite voor niets.”, zuchtte Linsay. “Twaalf uur wandelen op één dag om met een climax af te kunnen sluiten en dan moeten we alsnog de saaiere route nemen.” Ik liet het niet met woorden merken maar de ontgoocheling was groot. Sinds Gasenried had ik alle mogelijkheden overlopen om een perfect einde van de hike te hebben. Maar de onstabiele natuur van de Europaweg eiste zijn tol. Van de hele Europaweg die we hadden moeten afleggen was meer dan de helft onbruikbaar door steenlawines of passages die op instorten stonden.

DSCF1794
De eerste glimp van de Matterhorn

Die ontgoocheling vergaten we snel wanneer we nog zo’n 50 meter boven de vallei zaten. “Daar.” Ik wees tussen de bomen door naar de top van een berg waarvan de rest omringd was door wolken. “Dat is hem. De Matterhorn.” Ik nam mijn fototoestel en trachtte tussen de bomen door de piramidevormige top vast te leggen. Een uur later poseerden we met zijn allen nogmaals voor een laatste keer. Ditmaal in het centrum van Zermatt. Onze trektocht door de Alpen, van Chamonix naar Zermatt – Mont Blanc naar Matterhorn – was voltooid.

Wil je de Walkers Haute Route wandelen? Dit avontuur kan je nu ook zelf plannen met de hulp van onze e-guide Walkers Haute Route.

 

Advertenties

Mont Blanc – Naar het hoogste punt van West-Europa

Dag 1: Naar de Refuge de Tête Rousse

3167m – woensdag 26 juni 2013

Drie dagen voor de klimcursus begon had ik een afspraak voor een tandemvlucht parapente. Mijn instructeur Sean bracht me naar Le Prarion nabij les Houches. Mijn oorspronkelijke vlucht vanaf de Aguille de Midi ging namelijk niet door aangezien er een hevige wind in Chamonix heerste. Wat verder in de vallei kan die wind een pak minder zijn, en dus zou een tandemvlucht vanaf een andere locatie wel kunnen doorgaan. Als we richting de télécabine du Prarion reden wees Sean naar een rookpluim wat verderop. “Voorbije nacht is een restaurant afgebrand. De eigenaar was een vriend van me.” Toen ik na de vlucht te voet richting les Houches wandelde om er de bus terug te nemen passeerde ik aan het afgebrande restaurant. De brandweer van Chamonix was nog steeds aan het nablussen. Op dat moment echter had ik nooit verwacht dat diezelfde brand nog een gevolg zou krijgen voor onze Mont Blanc beklimming een week later.P1010592

Drie dagen later, een dag voor de beklimming van de Gran Paradiso ontmoetten we in een chalet in Chamonix onze teamgenoten. Die avond zou onze gids Christian een presentatie geven over wat ons allemaal tijdens de cursus te wachten stond. De Mont Blanc-beklimming begint met de Tramway du Mont Blanc, een treintje die ons vanaf Bellevue tot Nidd’Aigle moet brengen. Door de brand echter is de kabel van de Bellevue kabellift beschadigd geraakt. Wat de gevolgen zouden zijn moesten we afwachten. Nog eens vier dagen later, de eerste dag van onze Mont Blanc-klim blijkt dat we de kabellift niet kunnen nemen. We moeten ‘s morgens dan ook naar het beginstation van de Tramway du Mont Blanc in Le Fayet. De trein neemt ons ook niet mee tot Nidd’Aigle. Door herstellingswerken gaat hij niet verder dan het Bellevue station op 1794m, de halte waar we normaal gezien pas op de trein stappen die ons daarna zo’n 600 hoogtemeters hoger moet brengen. Het enige alternatief: de normaal gezien drie uur durende hike naar de Refuge de Tête Rousse beginnen vanaf Bellevue… Het betekent dat de klim een stuk langer en zwaarder wordt dan verwacht. Door de late sneeuwval de voorbije winter, is de sneeuwgrens een pak lager dan normale jaren.

P1010624

Het tempo naar de hut waarin we komende nacht zullen overnachten ligt dan ook niet zo hoog. Een dikke mist zorgt ervoor dat we vaak niet echt veel zicht hebben op het panorama. Toch verschijnen er af en toe stukken van het bergmassief of de seracs van een gigantische gletsjer. Laat in de namiddag komen we aan in de Refuge de Tête Rousse. Vermoeid plaatsen we ons in de eetzaal waar we nog iets eten en drinken om terug op krachten te komen. Steve, één van onze teamleden, vraagt of er nog mensen zijn die al wat last hebben van de vermoeidheid. De één vreest last te hebben tijdens de summitbid morgen door pijnlijke schouders, de ander door pijnlijke dijen.. “En jullie?”, richten ze ons tot Ruben en ikzelf. Pijnlijke spieren of last van de hoogte hebben we nog niet. En onze vermoeidheid verwachten we van hersteld te zijn na een goede nachtrust. “Gewoon onbekwaamheid.”, antwoord ik op de vraag waar wij last van zouden hebben morgen. De groep lacht. Inmiddels hadden we al een bepaalde reputatie opgebouwd in de groep. Niet alleen omdat we veruit de jongsten zijn, maar ook omdat we altijd problemen hebben met ons materiaal. En die reputatie hebben we niet alleen bij ons teamgenoten, maar ook bij de gidsen zelf. Dat blijkt wanneer de teams worden verdeeld. Na alle teams te hebben verdeeld komt Christian, onze Franse gids bij ons uit. “En dan die twee.”, had hij gezegd terwijl hij zijn vuist in zijn handpalm drukte om nog maar eens te verwijzen naar wat hij al had doorgestaan met ons. “Les Belges.” Verbazingwekkend (al had ik het zelf voelen aankomen) kiest Christian voor de Mont Blanc wel net Ruben en ikzelf uit. Ondanks de ‘problemen’ die we hadden bij de start van onze summit bid op de Gran Paradiso. Tijdens onze summitbid op de Mont Blanc zou hij wel nog zeggen dat hij voor ons koos, omdat hij zag dat we wel over een goede conditie beschikken en karakter hebben en dat het wel wat wil zeggen als je de Kilimanjaro ook al hebt behaald.

P1010626

Tijdens de briefing ‘s avonds volgt er een domper op de goede sfeer die de laatste dagen was ontstaan in de groep. Het weerbericht voor de komende dagen belooft niet veel goeds. Morgen zou er slecht weer verwacht worden boven de Mont Blanc. En dat tot zaterdag. Dus ook onze reservedag die we hebben voor het slechte weer kan ons niet helpen. Christian stelt voor om omstreeks 3u ‘s nachts al te vertrekken in plaats van 4u30. Het plan is om te klimmen naar Refuge du Goûter en daar te kijken of het nog loont om verder te klimmen.  Maar, zegt hij, de kans dat er morgen iemand de top effectief zal halen is zeer klein. Ieder team overlegt samen met hun gids de mogelijkheden van morgen. Eén team beslist om er morgen niet aan te beginnen. Te vermoeid. Ruben en ikzelf overleggen wat we zullen doen. Ook al steken er bij Ruben twijfels op of het wel nog waard is om echt te gaan voor de top. Bij mij overheerst er slechts één gevoel: ook al zijn de kansen klein, de Mont Blanc is een once in a life time voor ons, en dus wil ik er alles aan doen om toch nog een waterkansje te maken op de top. Aangezien het slechte weer pas rond de middag wordt verwacht, vraag ik Ruben of hij het niet ziet zitten om nog vroeger te vertrekken. Uiteindelijk leggen we ons idee voor aan Christian die ons morgen gidst. “Ik zal eens checken wanneer jullie ten vroegste kunnen ontbijten.”, zegt hij. “Om 1u15, klinkt dat goed?” Opnieuw mogen we ‘s nachts klimmen op een steile rotsformatie, de Aguille de Goûter, het moeilijkste stuk richting de top. Opnieuw mogen we klauteren in het donker. Misschien wordt het toch nog niet zo anders dan de Kilimanjaro.

P1010642

To the Summit of the Alps!

4810m – 27 juni 2013

Met in het achterhoofd dat we met een goed tempo kunnen klimmen als het moet en dat we van hoogteziekte vaak nooit iets voelen, geloof ik nog in een goede afloop. Ondanks het feit dat we amper geslapen hebben (te wijten aan het gesnurk van medeklimmers) komen we fris aan de ontbijttafel. We hebben ons voorgenomen op ruimschoots op tijd te beginnen met ons materiaal aan te trekken zodat we zeker op tijd kunnen vertrekken. Onze reputatie te spijt, zijn we bij het moment van de waarheid, de summit bid, heel gefocust op ons doel. Net als vorig jaar bij het vertrek aan Kibo Hut sta ik ondanks het gebrek aan slaap en rust helemaal gerecupereerd klaar voor wat het zwaarste moet zijn dat ons deze week te wachten stond. Geen vermoeidheid, geen faalangst maar wel vol zelfvertrouwen begin ik wat mijn grootste doel van dit kalenderjaar was: de top van de Mont Blanc halen. Amper vijf uur na onze briefing, om 2u30 am, beginnen we met onze klim op de Aguille de Goûter, een 700m hoge rotsformatie. Ook al waren we de enige van de vier groepen uit ons team die vroeger zouden vertrekken dan afgesproken, toch zijn we alsnog als laatste vertrokken vanuit de Refuge de Tête Rousse. Deze keer treft ons geen schuld, want onze gids was niet bepaald opgejaagd om te vertrekken. We zitten er niet mee in, want net als vorig jaar op de Kilimanjaro halen we al gauw de eerste klimmers in. Met onze koplamp op de helm klauteren we naar boven, telkens enkel ons volgende obstakel belichtend. Misschien is het best dat we niet te veel zien denken we nog, want vaak zitten er echt wel steile stukken tussen om te beklimmen. Al gauw komen we aan het beruchte ‘Grand Couloir’ op 3400 meter waar continu rotsblokken naar beneden vallen. Deze staat door de vele slachtoffers bekend als het gevaarlijkste stuk van de Mont Blanc beklimming. Niet alleen zijn de vallende rotsblokken een gevaar maar net door het risico om geraakt te worden zijn klimmers geneigd om constant naar boven te kijken of er al dan niet iets op hen afkomt, en verliezen ze oog voor het verraderlijk smalle pad waardoor ze hun evenwicht riskeren te verliezen en zo naar beneden vallen. Met Christian voorop zekeren we ons aan een kabel en schoven we aan om de grand couloir over te steken. Ik kijk naar boven om te zien of er iets zou vallen maar door de duisternis zie je niets. Christian begint net de eerste passen te zetten om over te steken als hij plots door een donderend geluid abrupt stopt. Enkele kleine rotsblokken vallen net voor hem naar beneden. Als we nog niet volledig wakker waren  bij het begin van de klim, dan is het hierna wel het geval.

P1010636

Twee uur en vijftien minuten duurt het vooraleer we de Goûter Hut bovenaan op de Aiguille bereiken. Nog vroeg in de ochtend en dus in het donker gaan we de hut binnen om wat van ons materiaal achter te laten. We eten en drinken wat in de inkomhal van de hut terwijl de klimmers die hier hun summitday starten nog slapen. We komen een ander team van onze groep tegen. Als we elkaar vragen hoe het tot nu toe gaat, klinkt het positief. “Als je last hebt van de kou hebt, neem een aspirientje.”, zegt Christian. We grijnzen naar onze teamgenoten. Onze gids Christian heeft de voorbije dagen al een reputatie opgebouwd met zijn aspirientjes. Hij gebruikte ze namelijk voor alles. Koude vingers of tenen, hoofdpijn, of soms neemt hij ze gewoon zonder reden maar uit voorzorg.

Terwijl de zon net opkomt vertrekken we vanuit de hut richting de Dome de Goûter, zo’n 500 meter lager dan de top. Ik kan het niet helpen maar iedere pas die ik zet voelt alsof het de laatste meters richting de top zijn. Het moeilijke deel is achter de rug, en ik zie steeds het beeld van zowel de Dome de Goûter als de Mont Blanc voor me. Hoe vlak ze leken vanuit Chamonix. Met het weer die nog steeds voordelig is geloof ik niet meer dat we de top niet zullen halen. Toch vrees ik nog wat voor Ruben. Hij oogt al wat vermoeid en met de weinige training die hij heeft gehad, vrees ik dat hij zijn klop nog krijgt. Een vrees die kracht wordt bijgezet als hij tijdens een pauze laat weten dat hij zich opnieuw niet goed voelt in zijn maag. “Als je je ziek voelt, neem een aspirientje.”, zegt Christian tegen Ruben. “Of beter nog: laten we er allemaal een nemen.”, juicht hij, terwijl hij al zijn doosje uit zijn rugzak haalt. Een déjà-vu moment steekt op. Ik raad hem aan een energy-gel te eten. Opnieuw klimmen we verder maar ik tob nog wat na over de rest van de klim. Het is nog zo’n vier uur klimmen naar de top en Ruben vertelde dat hij al zwaar vermoeid is sinds we de Goûter hut verlieten. Uiteindelijk halen we de top van de Dome de Goûter. ‘Nog twee uur klimmen.’, vertelt Christian. ‘We gaan het halen.’, denk ik nog. Ik voel me nog fris, ondanks het feit dat we al bijna zes uur aan het klimmen zijn. De top lijkt binnen handbereik. Nog slechts vijfhonderd hoogtemeters. Ik denk al na over wat ik ga doen als ik op de top sta. Misschien bel ik straks naar een collega die ongetwijfeld vol spanning zit te wachten of ik de top al dan niet haal. Hoe tof zou het niet zijn om aan de telefoon te kunnen zeggen dat je op de Mont Blanc staat?

P1010637

Intussen begint de lucht bewolkt te worden. Het slechte weer is op komst. Opgeven doen we niet meer. Niet nu we zo dicht zijn. Ik blijf dat herhalen terwijl we het steeds lastiger krijgen om telkens de volgende stap te zetten. Ik heb me lang onvermoeid gevoeld, tot we een heel steil stuk van de bergkam omhoog moesten. Ik kijk naar links en zie de sneeuwflank diep naar beneden verdwijnen. Aan de rechterzijde hetzelfde. Intussen is er een hevige wind beginnen opsteken. De bergkam is zo steil dat we op handen en voeten naar boven klauteren, met de ice axe in de hand. Eens we boven op de bergkam zijn wordt het opnieuw een stuk minder steil. Ik kijk achterom en zie de groep die achter ons kwam niet meer. Later zou blijken dat één van de Britten van ons team een paniekaanval kreeg op de bergkam die we net hebben overwonnen. Het team was teruggekeerd daarna. Al slenterend gaan we verder richting de top. Ongelooflijk hoe ik op tien minuten tijd van onvermoeid in deze toestand ben verzeild geraakt. Het kan niet ver zijn. Aan opgeven denken we niet meer. Ik plaats mijn ene voet moeizaam voor de ander. Soms plaats ik hem te veel naast het pad in de diepe sneeuw dat is ontstaan door klimmers voor ons. Dan glijdt mijn voet weg langs de sneeuwflank en corrigeer ik in een reflex. Aandachtig blijven is de boodschap, want we bevinden ons opnieuw op een bergkam.De laatste. Aan de ene kant ligt Frankrijk met Chamonix, aan de andere Italië met Courmayeur. De bergkam wordt vlakker. Wat verder zien we het pad niet meer omhoog gaan. We hebben de top gehaald! Ineens verdwijnt de vermoeidheid en geniet ik van het panorama. Onze gids deelt ons high fives uit. Op de top ontmoeten we twee andere klimmers wiens foto we nemen, waarna zij die van ons nemen. Het is 9u50 am. We did it. Negen maanden na op het hoogste punt van Afrika gestaan te hebben staan we nu op het hoogste punt van West-Europa.

Gran Paradiso – Een eerste alpiene ervaring

Op de vraag welke de hoogste berg van Italië is, zul je vaak verschillende antwoorden te horen krijgen. De Monte Rosa, want de top die op 4634m ligt wordt gedeeld tussen Zwitserland en Italië. De Mont Blanc de Courmayeur, wiens top op Italiaanse grondgebied bevindt (maar waarvan de berg zelf eigenlijk in Frankrijk ligt). Maar in feite is er slechts één antwoord waarover alpinisten het eens zijn: de Gran Paradiso (4061m), de hoogste piek in het Gran Paradiso NP én de hoogste berg van Italië, die volledig in Italiaans grondgebied ligt.

Naar de Rifugio Vittorio Emanuele II

2735m – zondag 23 juni 2013

Er wordt ons de komende drie dagen goed weer beloofd en dus kunnen we met een gerust gemoed naar Italië trekken om onze acclimatisatieklim te starten. Het plan is om de Gran Paradiso te beklimmen, de nodige basisklimtechnieken die we nodig hebben op de Mont Blanc aan te leren, en ons goed te acclimatiseren om over drie dagen aan de Mont Blanc te kunnen beginnen. Met een busje verlaten we Chamonix via de twaalf kilometer lange Mont Blanc tunnel richting Gran Paradiso NP. Eens we uit de tunnel komen valt meteen op welke invloed een berg als de Mont Blanc kan hebben op het weer. Waar het in Chamonix miezerig regenachtig weer was, is het aan de andere kant van het bergmassief stralend zonnig weer. Nadat we Courmayeur gepasseerd zijn (het Italiaanse evenbeeld van Chamonix), rijden we een uur lang zigzaggend in de Aostavallei. Het warme weer in combinatie met de kapotte raampjes van het busje en de opeenvolging van haarspeldbochten bezorgen me een misselijk gevoel. Een gevoel alsof je een uur aan een stuk op rollercoasters hebt doorgebracht (al wil ik het niet steken op de rijstijl van onze Franse gids). Terwijl iedereen in het busje hoopt dat ze de komende dagen geen last krijgen van hoogteziekte, kan ik op dat moment enkel maar hopen dat ik geen reisziekte krijg. Helaas, zo’n tien minuten voor we aankomen aan het begin van onze berg wordt het misselijk gevoel te hevig. “Kunnen we even stoppen of zijn we er bijna?”, vraag ik terwijl ik niets liever wil dan nu gewoon kunnen uitstappen. “Ben je wagenziek?”, vraagt Christian, onze gids die aan het stuur zit. “We zijn er bijna.” Dat is niet het antwoord dat ik wou horen, dacht ik bij mezelf toen Christian liever toch in één stuk doorreed. “Ik zou liever toch nu eens uitstappen.”, zeg ik hem en hoopte dat hij nu doorhad dat dat de enige optie is.

P1010542

Na even kort een frisse neus te hebben genomen komen we uiteindelijk zonder veel problemen aan op de parking van het Gran Paradiso NP in Valsavaranche, waar we onze hike naar de Vittorio Emanuele II-hut beginnen. En meer dan een hike is het niet, want ons klimmateriaal komt er vandaag nog niet aan te pas. Met onze trekking poles bij de hand kronkelen we ons de vele hoogtemeters omhoog richting de eerste en enige hut waarin we zullen overnachten vooraleer we een summit bid plaatsen. Waar we een niet al te vermoeiende dag hadden verwacht van zo’n drie uur wandelen, blijkt het toch een pak zwaarder. Het warme weer met een stralende zon op ons gezicht zit daar voor een groot stuk tussen. Toch is het belangrijk om niet al te veel energie te verkwisten. Tenslotte vertrekken we morgenvroeg voor een vier tot vijf uur durende klim naar de top van de Gran Paradiso.

P1010574

Eens aangekomen bij de rifugio krijgen we de tijd om ons te settelen in onze vierpersoonskamertjes met telkens twee stapelbedden (waarvan het bovenste bed slechts op 50cm van het plafond ligt, de gevolgen ‘s morgens kan je raden). Daarna worden we buiten verwacht met al ons klimmateriaal bij ons om de basistechnieken van het klimmen aan te leren. Het aandoen en wandelen met crampons aan, leren in cordee wandelen, elkaar zekeren, het opbergen van ons materiaal in de rugzak zodat alles snel beschikbaar is… Het wordt al snel duidelijk dat de klim morgen helemaal iets anders wordt dan de Kilimanjaro die we vorig jaar nog bedwongen.

Naar de Madonna van de Gran Paradiso

4061m – maandag 24 juni 2013

Om 04.30 am staan we op (en botsen we met het hoofd tegen het plafond jawel), trekken we onze verschillende lagen kledij aan die ons tegen de kou moet beschermen. Wetende dat ik niet snel koud heb besloot ik een fleece trui in de rugzak te steken in plaats van hem al aan te trekken. Na een kort en nerveus ontbijt gingen we naar de inkom van de hut waar alle ice axes, trekking poles en schoenen gemeenschappelijk verzameld worden. Als ik mijn schoenen wil nemen waar ik ze had achtergelaten, blijken die echter verdwenen. ‘Ruben, heb jij mijn schoenen soms meegenomen?’. Hij schudt zijn hoofd. ‘Dit is mijn paar die ik vast heb.’, zegt hij terwijl hij de maat die op de hiel geschreven staat toont. Ik kijk of ze niet verplaatst zijn geweest maar al gauw blijken ze echt wel vermist. Iets wat je echt wel kunt missen als je met een strak tijdsschema aan een summit bid wilt beginnen. ”Shit, mijn klimschoenen zijn weg!” Nog nerveuzer dan voordien zoek ik nogmaals tussen de schoenenrekken. Bijna alle klimschoenen waren dezelfde van het merk La Sportiva, maar die met het nummer 11, mijn schoenmaat, waren nergens te bespeuren. Op aanraden van onze gids zoeken we dan maar naar een ander paar aangezien verondersteld wordt dat iemand gewoon het verkeerde paar heeft aangetrokken en al bezig is met zijn tocht naar de top. Vreemd genoeg, ondanks het grote assortiment aan klimschoenen, vind ik geen enkel paar in mijn maat. Te groot, te klein, en de tijd begint te dringen. Ook het idee om iemand anders zijn schoenen te ‘lenen’, heb ik geen goed gevoel bij. Uiteindelijk komt de receptionist met een oud paar die ze nog in stock hadden. Net iets te klein, maar ik besef dat er niet veel anders op zit dan me er maar in te wringen. Ik wil echt graag naar de top. Met al een vertraging voegen we ons bij de rest van de groep die klaar staat om te vertrekken, mét hun klimmateriaal aan… Gisteren werd nog beslist om niet alles van bij de hut aan te trekken, maar gewoon mee te nemen. Blijkbaar zijn onze gidsen van mening veranderd bij het zien van de bevroren sneeuw en mochten we nog vlug ons klimharnas, crampons en gaiters aantrekken. Ons team is inmiddels vertrokken en dus zaten we al met een echte achterstand. Onze Franse gids Christian blijft achter bij ons en na een hectische start zetten we de achtervolging in. Dachten we! Na tien meter roept Ruben: “Stop, ik wist het hé.” Zijn crampons hadden al blijven steken in de sneeuw en waren van zijn klimschoen gelost. “Putain, putain, merde! Ce n’est pas possible”, schreeuwt onze gids. Op de cursus spreekt hij voortdurend Engels, maar nu begin hij te vloeken in het Frans, dit kan niet goed zijn..

111_1167

Nadat onze gids Ruben zijn crampons heeft vastmaakt, kunnen we met een extra vertraging (die al snel was opgelopen tot 45 minuten) opnieuw verder. Zonder ook maar een keer halt te houden (we hadden ook niets anders verwacht) en met een stevig tempo halen we onze teamgenoten net op tijd in om ons met een touw vast te maken. Vanaf nu wordt het een stuk steiler en gaan we per vier verder. Na uren klimmen komt de top nog steeds niet in zicht. Of hij ligt gewoon uit het zicht, of de dikke bewolking zorgt er gewoon voor dat hij onzichtbaar is. Uiteindelijk komen we aan het laatste steile stuk: een stevige sneeuwhelling gevolgd door een stuk rotsformatie die naar de top leidt. Intussen begint het lichtjes te sneeuwen en blijft de zichtbaarheid beperkt. Eens we aan de rotsformatie aankomen laten we onze trekking poles en ice axe achter en mogen we beginnen aan wat rock scrambling: over rotsen klauteren met handen en voeten. En dat op 4000 meter hoogte terwijl de diepte met slechts één verkeerde stap verwijderd is. Iets waar iedere normale mens nu hoogtevrees van zou krijgen. De knop is echter al een tijdje omgedraaid waardoor we enkel nog aan de top denken. Voor het eerst zijn we dichtbij een echte bergtop in de Alpen! Toch moeten we geconcentreerd blijven. Onszelf goed zekeren met karabiners die aan de rotsen bevestigd zijn en ons garanderen dat een slippartij ons slechts een kleine val oplevert.

822244

Met een traag tempo klauteren we richting het Madonnabeeld dat zich op de top van de Gran Paradiso bevindt. Traag, omdat we vaak moeten wachten tot klimmers die terug afdalen langs de uiterst smalle richels ons hebben gepasseerd. Als het verslechterende weer het ons niet moeilijk maakt, om de top te halen, dan is het wel het drukke verkeer aan klimmers dat zich op de rotsformatie bevindt. Uiteindelijk na de bottleneck te hebben doorstaan komen we iets na elf uur als laatste team van de dag op de Gran Paradiso . “Raak het Madonnabeeld aan.”, zegt onze gids. Dat was dan ook het enige moment dat ik op de top heb beleefd. Geen tijd voor een summit foto. “We moeten snel naar beneden”, zegt Christian, terwijl hij me kort nadat ik voet heb gezet op de top als eerste terug laat afdalen. Op hetzelfde trage tempo klauteren we terug naar beneden. Net op tijd zijn we van de rotsformatie af die de sneeuw met de top scheidt af. Hevige rukwinden steken op en het begint steeds meer te sneeuwen. Al gauw wordt de zichtbaarheid nihil. Dat het echt menens is, wordt duidelijk als we Christian met een andere gids van ons team zien overleggen langs waar we zouden moeten afdalen. Onze eerste alpiene beklimming, en we zijn terechtgekomen in een whiteout…

granparadiso

Tijdens een afdaling is het normaal dat de gids achteraan het touw vasthangt, en aangezien ik aan het andere uiteinde vasthang is het aan mij om ondanks de pak sneeuw die intussen is gevallen toch nog ons pad te trachten volgen. De combinatie van de stevige wind met de sneeuwbui zorgt ervoor dat er al gauw een laag ijs aan mijn baard kleeft. Na enkele uren en vele hoogtemeters te hebben afgedaald, komen we uiteindelijk uit de sneeuwstorm. “Dat is de limiet waarin wordt geklommen.”, vertelt Christian ons. “Maar als je een dergelijke situatie tegenkomt op de Mont Blanc, dan zit je met een probleem. Maar nu ben je weer een ervaring rijker.” En zo zien we inderdaad onze eerste beklimming. Een klim waarin we een pak ervaring hebben opgedaan. Want voor het eerst hebben we een echte alpiene beklimming voltooid. We zijn intussen wat vertrouwder geraakt met ons materiaal (ook al had Ruben nog steeds moeite met zijn materiaal tijdens de afdaling). En we hebben aan den lijve kunnen ondervinden dat het weer in de bergen onvoorspelbaar is en ineens kan omslaan. Want ook al hadden ze een perfecte dag voorspeld om naar de top te klimmen, uiteindelijk kwamen we terecht in een sneeuwstorm. Alleen stellen we onszelf achteraf de vraag: Wat als we nog op de rotsformatie hadden gezeten toen de rukwinden begonnen? En als het weer zo onvoorspelbaar is, wat als dit gebeurt tijdens onze Mont Blanc beklimming? Al hebben we een gids met veel ervaring die ons leidt, om twee onervaren wannabe klimmers van de Mont Blanc beneden te krijgen in een situatie als vandaag, dan zit je toch wel in een heel gevaarlijke situatie.

“Dat is de limiet waarin wordt geklommen.”, vertelt Christian ons nadat we net doorheen een white out de Gran Paradiso hadden afgedaald.

Op de terugweg naar Chamonix is het niet nodig om ‘shotgun’ te roepen om vooraan te mogen zitten. Ik krijg spontaan de plek aangeboden (‘reisziek’ roepen tijdens de heenreis volstaat). Het biedt een panoramisch zicht op de Italiaanse Alpen. Niet alleen worden we omringd door de bergen, maar na een twintigtal minuutjes wordt ons busje omsingeld door een immense kudde koeien. Ook dit is typisch voor de Alpen. Het kabaal van talloze koeienbellen (en de acties van de koeien vooral) zorgen voor een hilarisch tafereel. “No, not with John’s van”, schreeuwt onze gids nog. Maar koeien luisteren niet of wat had je gedacht? Uiteindelijk kregen we nog een zicht op de hoogste top: de Mont Blanc. Maar ditmaal van de Italiaanse (moeilijkere) kant. Bij niemand komt het over de lippen, maar iedereen in ons busje denkt hetzelfde: ‘de Mont Blanc wordt een échte uitdaging.’