Tagarchief: jordanie

Als Indiana Jones in Petra

‘Indiana Jones!’ Een Aziatische toerist wijst me aan en lacht. ‘Mag ik een foto van je nemen?’ Ik knik. Met mijn hoed op mijn hoofd en avontuurlijke ingesteldheid heb ik wel een paar gemeenschappelijke kenmerken met het beroemde filmicoon. Toeval dat er net nu iemand daar aan denkt is het echter niet. Het is vijf voor zes in de ochtend en ik sta aan de ingang van Petra, het zevende wereldwonder en tevens een van de settings van de Indiana Jones film-reeks.

Vroeg, dat besef ik, maar ik hoop dan stiekem ook om de grote drukte te vermijden. En gezien we met slechts tien personen aan de ingang staan te wachten lijkt dat nog te lukken ook. Oorspronkelijk zou ik pas over een dikke twee weken aankomen bij deze archeologische site, vanaf Dana en via de Monastery (the backdoor) dan nog wel. Maar daar besliste het Jordaanse klimaat en een hondenbeet anders over.

De Siq

Erg vind ik dat niet, want enerzijds is de Treasury ontdekken (het beroemdste icoon van Petra) via de Siq wel iets wat me aansprak. De Siq is het Arabische woord voor canyon en dat zegt eigenlijk genoeg. Via de bodem van een paar tientallen meters diepe canyon loop ik in stevige pas naar de beroemde bezienswaardigheid. ‘Want to go by horse? Included in ticket price.’, vraagt iemand me. Ik weiger. Hoewel dat het Indiana Jones gehalte in me nog wat zou verhogen, val ik niet in de tourist trap. Deels spreken ze nochtans de waarheid. De paardrit is inbegrepen in het toegangsticket, maar eens je op het paard zit, geven ze je al snel mee dat ze een fooi willen. Eentje waarvan ze je zelfs met plezier het bedrag meedelen. Een praktijk die niet is toegestaan, maar zoals met zoveel zaken in Jordanië, gewoon niets tegen wordt gedaan.

Na iets meer dan twee kilometer door de Siq te hebben gestapt, zie ik de eerste (halve) glimp van de Treasury, of Al Khazneh zoals het eigenlijk heet. Indrukwekkend is het zeker, maar al snel zie je achter de hoek de eerste toeristische kraampjes opduiken en locals vragen of je een gids nodig hebt om naar het uitzichtpunt te klimmen die een zicht geeft op de Treasury van bovenaf. Toeristen trappen er vaak in en betalen makkelijk 10 tot 20 JOD naar het uitzichtpunt terwijl er wat verderop de Al-Khubta trail is die staat aangeduid naar een gelijkaardig uitzichtpunt. Het enige verschil is een linker- of rechter invalshoek. Mijn research vooraf bespaart me dus al meteen enkele tientallen euro’s.

Thee met bedouins

2,5 uur stond aangegeven als de tijdspanne vereist om de tocht af te leggen. Ruim overschat, want na een dik half uur stond ik boven en volgde ik de laatste bordjes met ‘Best view on the Treasury’ die me een tent binnen leidde. Twee bedouins leken nog niet helemaal goed wakker, maar boden me een kopje thee aan (het was dan ook nog geen 7u). Een slimme businesstruc uiteraard om hun tent op het viewpoint te zetten, maar voor een keer had ik er geen erg in. Ondanks het feit dat ik geen grote fan van thee ben, beste thee ooit! En het zicht? Adembenemend.

Hoe je dit viewpoint bereikt volgt later nog

20180420_074237

De Monastery

Indien je het nog niet wist, Petra is meer dan de Treasury die altijd maar weer opduikt als je Petra googelt. Het is een volledige archeologische site waarvoor je toch wel ettelijke uren nodig hebt om deze helemaal te verkennen. Eens terug bij de main street loop ik de site verder door. De vele moderne toiletgebouwen, toeristische kraampjes, eetkraampjes en uiteraard ook de donkey en camel rides geven me een echt pretpark gevoel. Door dat de grote hordes aan toeristen die Petra aandoen als een daguitstap vanuit Amman, Aqaba of Israel nog niet zijn aangekomen, voelt het aan alsof ik nog voor de openingstijden hier mag rondlopen.

Eens ik wil beginnen aan de Monastery trail aan het andere einde van de site, komt daar verandering in. Het is voortdurend toeristen ontwijken die trail afdalen. En als dat me nog niet genoeg hinderde, dan had je nog de vele kraampjes onderweg naar boven waar je telkens de vraag: ‘You want to buy something’ krijgt voorgeschoteld. Had ik iets willen kopen, dan had ik dat toch gedaan, denk ik dan? In Jordanië zijn de mensen er erg vriendelijk, behulpzaam en niet opdringerig. Dat verandert toch wel snel eens er massatoerisme mee gemoeid is. Gelukkig is de Monastery best indrukwekkend. Ondanks het feit dat deze hoger en imposanter is dan de Treasury, haalt deze laatste het door zijn indrukwekkende locatie.

20180419_075844

Ook dat nog

Tegen de middag loop ik terug door de Siq naar het bezoekerscentrum. Te veel volk ondertussen naar mijn goesting, dus ik verken de rest de volgende ochtend pas. Een andere reden is dat ik nog een bezoek aan het lokale ziekenhuis af te werken heb. Die hondenbeet weet je nog wel? Hoe is dat ook weer afgelopen? Drie dagen geleden kwam ik terug aan in Amman en bezocht ik er diezelfde avond nog het hospitaal, een echt hectische bedoening. Beeld je een hospitaal in zoals uit de oorlogsfilms; waar iedereen door elkaar loopt, elkaar aanklampt en er bloeddruppels op de vloer verspreid zijn. Voeg dan nog eens het feit er aan toe dat ze enkel maar Arabisch begrepen en je begrijpt het wel. Toch kreeg ik uiteindelijk een vaccin tegen hondsdolheid te pakken en een schema voor mijn volgende dosissen.
Die volgende dosis staat net gepland na mijn bezoek aan Petra. Wadi Musa is een stuk kleiner dan Amman, en ik ben al opgelucht dat ze er een ziekenhuis hebben. Een kinderziekenhuis weliswaar. Dan maar even wachten tussen de vele kinderen tot ik aan de beurt kom. Opnieuw een spuitje in het achterwerk en ik kan er weer tegen voor enkele dagen. Een lolly zat er wel niet in.

Advertenties

Why I failed at the Jordan trail

“Hoe cool zou het niet zijn als je ginder aan een kameel kunt geraken om je te vergezellen tijdens je tocht?” Toegegeven, dat zou wel een erg coole manier geweest zijn om (toch voor een stuk) door Jordanie te trekken. Dat je voor een kameel al snel enkele duizenden euro’s op tafel mag leggen, was dan weer een afknapper. Een ezel dan misschien?

De eerste etappe van een langeafstandstocht is altijd een goede waardemeter voor wat volgt. Iets wat ook nu tijdens mijn eerste dag op de Jordan Trail zijn waarde bewees. “Het zal ongelofelijk warm zijn he. Dat besef je toch?”, hoor ik Linsay nog zeggen. Tuurlijk wist ik wat me te wachten stond qua temperaturen. Als ik de voorspellingen voor de eerste twee weken bekeek, dan kwamen de temperaturen niet onder de 27 graden uit. In de schaduw wel te verstaan.

Dacht ik dan op geen enkel moment na over het feit dat ik absoluut niet tegen hitte kan? Dat ik -30 graden verkies boven plus 30 is geen geheim. En dat ik mijn jeugdjaren al meermaals kleine trauma’s heb overgehouden aan warme hete zomerdagen evenmin. Ik zag de Jordan trail dan ook als een manier om te leren overleven in een woestijngebied.

Umm Qais

Maar liefst vier bussen heb ik nodig om tot op mijn beginbestemming Umm Qaiss te geraken, helemaal in het noorden van Jordanie, dicht tegen de Israelische en Syrische grens. Warm is het eerste woord dat bij me opkomt eens ik een eerste keer door de straten zwerf, met mijn volgeladen rugzak op mijn rug. Nochtans leek dat aanvankelijk in Amman nog mee te vallen. Na wat water en eten te hebben ingekocht zet ik mijn eerste stappen naar het zuiden. Ziglab is mijn eerste bestemming, zo’n 25 kilometer verderop. Meteen een zware etappe. Hoe zwaar het zou worden, wordt al snel duidelijk. Amper een trail te bespeuren, enkel hier en daar een markering via een steile heuvelflank die mijn balans meteen op de proef stelt.

Het was een voorbode voor wat komen zou. Meermaals moet ik me op mijn gps focussen om te controleren of ik wel juist zit. Kaarten zijn allesbehalve goed genoeg en een trail is er bij momenten gewoonweg niet. Toch vlot het de eerste uren goed. Om half acht kunnen vertrekken in de ochtend zorgt ervoor dat ik enkele ‘frissere uren heb’, maar eens de klok 9 uur passeert, stijgt de temperatuur even snel als de rode gloed op mijn gezicht.

Eens aan de dam krijg ik een extra uitdaging te verwerken. Honden. Een groepje van drie honden komt om me af, luid blaffend. Ik bevind me op hun territorium, maar hier loopt nu eenmaal de trail en een omweg is niet mogelijk. Op hoop van zege dan maar. Oef, ik kom er van af met luid geblaf. Het zou echter niet de laatste keer zijn.

Moordende hitte

In de namiddag merk ik dat mijn hoeveelheid water niet voldoende is om mijn dorst te lessen. Gelukkig bieden lokale mensen me hier en daar spontaan een fles water aan. Spijtig genoeg verloopt het vervolg van mijn dag zich door de canyons. Geen schaduw meer, geen wind. Enkel nog een moordende hitte die steeds maar erger wordt naarmate ik vorder. Mijn hoofd lijkt te koken. Tergend langzaam slenter ik vooruit, een stap per keer. Als de tweede bron van de dag die aangeduid staat op mijn gps opnieuw uitgedroogd blijkt, zakt de moed me in de schoenen. “Waar blijft Ziglab?”

Ziglab komt er uiteindelijk wel, maar niet vooraleer een groep Jordaanse kinderen in het Arabisch beginnen conversatie te maken. Dat ik enkel ‘English’ spreek en zij niet, maakt hen blijkbaar niet veel uit. Na een vermoeiende dag kom ik aan in Ziglab, en door de grote dorst ga ik wanhopig op zoek naar een klein winkeltje om frisdrank te komen. Wonder boven wonder vind ik er dan nog één ook, met als resultaat dat ik met drie flessen buitenstap en dat iemand in de tussentijd er met mijn wandelstokken vandoor is. De eerste zou al makkelijk in één teug tot de helft geledigd worden, maar de rest besluit ik nog even mee te nemen.

Vier flessen extra in mijn rugzak (drie flessen frisdrank en een fles water) zorgt voor iets meer dan 4 kilogram in mijn al overbeladen rugzak. Nu blijkt de grens echt overschreden. Ik ben bezig boven mijn limiet, en dat wordt duidelijk als ik de heuvel bergop moet om er mijn tent te plaatsen. Ik val neer, op de harde ondergrond. Uitgeteld. De flessen frisdrank moeten er aan geloven. Wat nu? `

De eerste dag van een langeafstandstocht is een voorbode van wat komen zal. Beterschap komt er niet aan, want binnenkort kom ik amper nog dorpjes tegen waar ze me water in mijn handen duwen. Het zet me de volledige nacht aan tot denken.

Blaffende honden bijten niet?

Na amper geslapen te hebben (nu heeft mijn matje het ook nog begeven), is er maar één conclusie. De tocht verderzetten zou me uiteindelijk ooit in zware problemen brengen. Teleurgesteld beslis ik dan ook om terug te keren naar Umm Qaiss. Na twee stappen bergaf te hebben gezet staat opnieuw een groep honden me agressief blaffend op te wachten. Ik heb geen goed voorgevoel bij een volgende confrontatie en besluit mijn geluk niet nogmaals op de proef te stellen. Ik maak een lastige omweg over de berg heen om vervolgens op een weg uit te komen die me terug op de trail brengt. Helaas, wat verderop staat nog een groepje honden me op te wachten. Hopend dat de man die net buiten zijn huis staat zijn honden in bedwang houdt, stap ik snel door. Mijn geluk is echter gekeerd. Al snel komen de vier honden agressief op me af, luidblaffend. Zonder iets bij te hebben om me te verweren kan ik enkel maar hopen dat ik het haal. Maar zoals gezegd, mijn geluk is gekeerd en een van de honden neemt me te grazen.

20180414_073144.jpg

Het lijkt de bevestiging voor de keuze die ik heb gemaakt. Als ik na één dag al vijf aanvallen te verwerken heb gekregen waarvan één met slechte afloop, dan beloofde dat niet veel goeds voor de komende weken. Er spookt vanalles door mijn hoofd. Hondenbeten kunnen lelijk zijn. Zeker met honden die niet ingeent zijn zoals hier. Wat de gevolgen zijn, wordt afwachten.